After a few weeks of failure, I told Christopher I couldn't do his project, that I didn't have it in me, and he said I'd ruined his entire thesis and wasted his time. I didn't know you were such a vapid pleaser, he said. I asked him what he meant and he said, You know, one of those women who want male approval so badly they go along with whatever a man asks them but ultimately end up failing because they never think about what they actually want. It was a beautiful autumn day and we were standing in front of the old library, the concrete steps strewn with students. My veins dilated. I said, I didn't know you could be one of those pretentious assholes who think they have a right to something just because they have one stupid idea, you skeezy fuck. I had never felt so large and small at the same time. I didn't recognize my own voice and words. Shame and pride swirled together in a way that felt animal, so I darted away from him. I was still new to this kind of adrenaline, the immediate release of anger instead of gnawing on it like overdue gum.
~ Catherine Lacey, The Answers/ p. 31.
de kieren van lucy barton
‘It was her style, her forthright spilling out about things I didn’t know people spoke of.’ Elizabeth Strout, My Name is Lucy Barton (p. 62).
*
Lucy Barton is een small town girl. De eerste elf jaar van haar leven woonde ze in een garage. Ouders werkten, beide; Lucy bracht dagen alleen door in een opgesloten truck. Mishandeling en armoede, zowel geestelijk als lichamelijk. Ze kwam los van haar omgeving/ouders omdat een universiteit Lucy's cijfers opmerkte; ze mocht gaan studeren.
Boeken kusten haar wakker, maar eenmaal studerend merkte ze al snel dat ze de wereld van huis uit anders benadert: ze mist de vanzelfsprekendheid waarmee anderen de wereld bewonen, onderzoeken, voelen, en verwerken.
*
spilling out about things I didn't know people spoke of
De dingen heetten precies zo als ze waren en ze waren precies zo als ze heetten. Een overeenstemming voor altijd. Voor de meeste mensen bestonden er tussen woord en voorwerp geen kieren waar je doorheen moest kijken en in het niets moest staren, alsof je uit je huid gleed, de leegte in. De dagelijkse handgrepen ware instinctief, waren woordloos aangeleerd werk, het hoofd volgde de weg van de handgrepen niet en had ook niet zijn eigen afwijkende wegen.
Ergens woorden voor zoeken begint met (h)erkennen dat er iets is om vorm aan te geven: de ervaring, de sensatie, een gevoel. Om vervolgens actief vorm te geven. Ik herinner me een moment in het boek waar Lucy letterlijk woorden zoekt, en vindt, voor haar moeder. Het lukt moeder Barton niet en Lucy schiet haar te hulp:
‘My mother pointed at the magazine she had handed me. “I think she looks—I don’t know.” My mother sat back. “What does she look like?”
“Nice?” I didn’t think she looked nice; she looked something, but I would not have said “nice”.
“No, not nice,” said my mother. “Something. She looks something.”
I stared at the picture again. She was next to her new boyfriend, an actor from a television series my husband watched some nights. “She looks like she’s seen stuff,” I finally said.
“That’s it,” my mother nodded. “You’re right, Wizzle. That’s what I thought too.”’
*
Geef er een woord aan en het bestaat; My Name is Lucy Barton.
*
Lucy Barton is een small town girl. De eerste elf jaar van haar leven woonde ze in een garage. Ouders werkten, beide; Lucy bracht dagen alleen door in een opgesloten truck. Mishandeling en armoede, zowel geestelijk als lichamelijk. Ze kwam los van haar omgeving/ouders omdat een universiteit Lucy's cijfers opmerkte; ze mocht gaan studeren.
Boeken kusten haar wakker, maar eenmaal studerend merkte ze al snel dat ze de wereld van huis uit anders benadert: ze mist de vanzelfsprekendheid waarmee anderen de wereld bewonen, onderzoeken, voelen, en verwerken.
*
spilling out about things I didn't know people spoke of
Een boek over woorden, Lucy Barton. Vooral over de afwezigheid daarvan. Daar wil ik iets meer over zeggen dan dat Elizabeth Strout een fantastische schrijver is — want een wereld zonder woorden, de wereld waarin Lucy Barton opgroeide, is niet alleen een stille wereld: het is ook een kleine wereld, één met weinig mogelijkheden.
Woorden zijn er om lijnen mee te tekenen: rondom ideeën, gevoelens, sensaties, dromen; maar in de wereld waarin Lucy Barton opgroeide waren woorden er alleen om iets duidelijk te maken.
*
Ik moest denken aan Herta Müllers ‘dagelijkse handgrepen’:
&: Zwaar werk (..) was een leerschool van zwijgen. Het lichaam had het veel te zwaar om energie in praten te steken. (Praten als luxe (maatschappelijk gezien)/ als je praat ben je lui, werk je niet hard genoeg.)
&: Soms dacht ik als ik ernaar keek: ik kijk nu naar hoe het gaat als mensen het praten verleren. Als ze dit gezwoeg achter de rug hebben, zullen ze alle woorden vergeten zijn.
&: Wat je doet hoeft niet in het woord verdubbeld te worden. Woorden vertragen de handgrepen – dat kende ik.
Communistisch Roemenië is natuurlijk niet te vergelijken met Amerika, maar het gaat om dezelfde druk: werken om te leven. Praten gebeurt alleen als het nodig (/nuttig) is. En dus gaan er woorden verloren. En dus vergeet men dat er ook over andere dingen gesproken kan worden.
(de reikwijdte van het leven krimpt)
Als je opgroeit in een wereld waarin mensen urenlang kunnen zwijgen, omdat ‘het lichaam (..) het veel te zwaar [had] om energie in praten te steken’ (HM) — dan kan het lang duren voor je überhaupt in de gaten hebt dat er zelfs woorden zijn voor ‘things I didn't know people spoke of’.
(de reikwijdte van het leven krimpt)
We vergeten misschien te gemakkelijk dat we zonder vaardigheden worden geboren, dat alles aangeleerd handelen/gedrag is. Waar we niets van weten neemt geen ruimte in, omdat we simpelweg niet weten dat het er toch is.
*
Als ergens geen woorden voor zijn bestaat het niet. Dit klinkt vanzelfsprekend maar ik wil dit duidelijker maken. Is het wel over te brengen?
*
Als ergens geen woorden voor zijn bestaat het niet. Dit klinkt vanzelfsprekend maar ik wil dit duidelijker maken. Is het wel over te brengen?
: het is alsof je naar de zee tuurt en niet weet dat er onder de waterspiegel heel veel meer aan de hand is: dat er verschillende dieren leven, dat er een bodem is, dat onder die aardkorst vuur leeft. Dat de aardkorst bestaat uit losse, bewegende platen; dat bewegende platen ruimte geven en nemen, dat er vuur naar boven klimt, een weg zoekt naar boven, waar lucht beweegt. Dat er eilanden kunnen ontstaan, waar dan weer ander leven tot stand zal komen. Het is alsof de scheiding tussen lucht en water alleen maar een lijn is die soms de vorm aanneemt van een berg, dan een dal, maar bovenal een lijn blijft. (Het is alsof je in 2D leeft.)
Geconfronteerd worden met manieren van beschouwen, verwerken, manieren waarvan je het bestaan niet kon vermoeden, is overweldigend als je opgroeit in een wereld waarin bespiegeling als overbodig of moeilijk doen wordt bezien.
*
Ergens woorden voor zoeken begint met (h)erkennen dat er iets is om vorm aan te geven: de ervaring, de sensatie, een gevoel. Om vervolgens actief vorm te geven. Ik herinner me een moment in het boek waar Lucy letterlijk woorden zoekt, en vindt, voor haar moeder. Het lukt moeder Barton niet en Lucy schiet haar te hulp:
‘My mother pointed at the magazine she had handed me. “I think she looks—I don’t know.” My mother sat back. “What does she look like?”
“Nice?” I didn’t think she looked nice; she looked something, but I would not have said “nice”.
“No, not nice,” said my mother. “Something. She looks something.”
I stared at the picture again. She was next to her new boyfriend, an actor from a television series my husband watched some nights. “She looks like she’s seen stuff,” I finally said.
“That’s it,” my mother nodded. “You’re right, Wizzle. That’s what I thought too.”’
*
Geef er een woord aan en het bestaat; My Name is Lucy Barton.
mid-year booklist
Ik las in zeer korte tijd twee boeken waar ik nogal van onder de indruk ben: Hot Milk van Deborah Levy, en My Name is Lucy Barton van Elizabeth Strout. Als boeken me overvallen zoals deze twee dat deden, heb ik allereerst de neiging om iedereen die boeken in de hand te drukken; in tweede instantie trek ik de boeken mee terug in mijzelf en wil ik achterhalen wat ze tegen me zeggen. (Het is alsof ze veel geluid (/herrie) maken, vanbinnen. Ik begrijp niet waar die klanken vandaan komen. Zoiets.)
(Overigens maakte Strouts boek zoveel indruk op dat ik direct Olive Kitteridge en Anything is possible bestelde. Olive Kitteridge lees ik nu.)
Kortom: ik ben nu aan het nadenken over deze boeken en heb daarom niet de neiging over iets anders te schrijven. Ook niet hier. Radiostilte. & toen kwam ik ergens een ‘mid-year booklist’ tegen en dacht ik: hier kan ik wel iets mee. Iets, being: iets over wat ik tot nu toe gelezen heb. Of misschien gewoon een aantal aanraders.
*
Gelezen en het meest bijgebleven:
Contouren en Transit van Rachel Cusk
Book of Mutter van Kate Zambreno
Hier zijn is heerlijk van Marie Darrieussecq
Garments Against Women van Anne Boyer
& het gedicht Mutable earth van Louise Glück.
*
In Rachel Cusk romans Contouren en Transit gebeurt weinig: het is een boek vol observaties en herinneringen en interpretaties en ideeën. Haar personages zijn eigenaardig maar op die manier waarop we allemaal eigenaardig zijn: heel begrijpelijk als je luistert naar het verhaal dat verteld kan worden. Cusks boeken bestaan dan ook vooral uit ervaringen die in context worden geplaatst, achteraf, door de eigenaar van de herinneringen. Er wordt, kortom, een verhaal gemaakt. De verhalen bestaan uit momenten die herinnerd worden: de verhalen (/levens) zouden wellicht een ander karakter hebben als men zich andere momenten zou herinneren. Waarom juist deze momenten? Waarom dit verhaal? (Dat is in ieder geval wat ik nu bedenk /mijn herinneringen.)
Om een idee te krijgen van Cusks taal:
‘Ook ik zag in alles om me heen steeds meer mijn eigen angsten en verlangens, zag andermans leven steeds vaker als een commentaar op mijn eigen leven. Kijkend naar het gezin op de boot zag ik wat ik niet meer had: iets wat er niet was, met andere woorden. Die mensen gingen volledig op in het moment, en al keek ik ernaar, ik kon er evenmin naar terug als dat ik over het water kon lopen dat ons scheidde. Welk van die twee manieren van leven – opgaan in het moment of erbuiten staan – was echter?’ (Contouren, p. 67)
‘De laatste tijd had ik nagedacht over het kwaad, vervolgde ik, en ik was gaan beseffen dat het kwaad niet voorkwam uit wilskracht maar uit de tegenhanger daarvan: overgave.’ (Transit, p. 166)
*
Kate Zambreno werkte dertien jaar aan Book of Mutter. Het is een reactie op de dood van haar moeder, en gaat dus over het geweld van rouw, en herinneringen, en lege ruimte. Ze komt er achter dat ze haar moeder niet zo goed kende. Nee, dat zeg ik verkeerd — ze kende haar moeder, maar niet de persoon die haar moeder was zonder kinderen; de persoon achter de schermen.
Book of Mutter is heel bijzonder.
Ik weet er niet veel meer over te zeggen. Een paar zinnen:
‘What does it mean to write what is not there. To write absence.’ (p. 51)
‘I study this photograph. Her tweezed eyebrows are uneven. Yet so manicured and put together. I recognize that about my mother.
I put my ear to the glossy image but no sound comes out.’ (p. 66)
‘How and why to take out the cherished, the sentimental, these protestations of innocence, that which you hold onto too fiercely?’ (p. 85)
‘Writing is how I attempt to repair myself, stitching back former selves, sentences. When I am brave enough I am never brave enough I unravel the tapestry of my life, my childhood.’ (p. 103)
*
(Overigens maakte Strouts boek zoveel indruk op dat ik direct Olive Kitteridge en Anything is possible bestelde. Olive Kitteridge lees ik nu.)
Kortom: ik ben nu aan het nadenken over deze boeken en heb daarom niet de neiging over iets anders te schrijven. Ook niet hier. Radiostilte. & toen kwam ik ergens een ‘mid-year booklist’ tegen en dacht ik: hier kan ik wel iets mee. Iets, being: iets over wat ik tot nu toe gelezen heb. Of misschien gewoon een aantal aanraders.
*
Gelezen en het meest bijgebleven:
Contouren en Transit van Rachel Cusk
Book of Mutter van Kate Zambreno
Hier zijn is heerlijk van Marie Darrieussecq
Garments Against Women van Anne Boyer
& het gedicht Mutable earth van Louise Glück.
*
In Rachel Cusk romans Contouren en Transit gebeurt weinig: het is een boek vol observaties en herinneringen en interpretaties en ideeën. Haar personages zijn eigenaardig maar op die manier waarop we allemaal eigenaardig zijn: heel begrijpelijk als je luistert naar het verhaal dat verteld kan worden. Cusks boeken bestaan dan ook vooral uit ervaringen die in context worden geplaatst, achteraf, door de eigenaar van de herinneringen. Er wordt, kortom, een verhaal gemaakt. De verhalen bestaan uit momenten die herinnerd worden: de verhalen (/levens) zouden wellicht een ander karakter hebben als men zich andere momenten zou herinneren. Waarom juist deze momenten? Waarom dit verhaal? (Dat is in ieder geval wat ik nu bedenk /mijn herinneringen.)
Om een idee te krijgen van Cusks taal:
‘Ook ik zag in alles om me heen steeds meer mijn eigen angsten en verlangens, zag andermans leven steeds vaker als een commentaar op mijn eigen leven. Kijkend naar het gezin op de boot zag ik wat ik niet meer had: iets wat er niet was, met andere woorden. Die mensen gingen volledig op in het moment, en al keek ik ernaar, ik kon er evenmin naar terug als dat ik over het water kon lopen dat ons scheidde. Welk van die twee manieren van leven – opgaan in het moment of erbuiten staan – was echter?’ (Contouren, p. 67)
‘De laatste tijd had ik nagedacht over het kwaad, vervolgde ik, en ik was gaan beseffen dat het kwaad niet voorkwam uit wilskracht maar uit de tegenhanger daarvan: overgave.’ (Transit, p. 166)
*
![]() |
| Book of Mutter, Kate Zambreno. Semiotext(e) 2017/ p. 131 |
Book of Mutter is heel bijzonder.
Ik weet er niet veel meer over te zeggen. Een paar zinnen:
‘What does it mean to write what is not there. To write absence.’ (p. 51)
‘I study this photograph. Her tweezed eyebrows are uneven. Yet so manicured and put together. I recognize that about my mother.
I put my ear to the glossy image but no sound comes out.’ (p. 66)
‘How and why to take out the cherished, the sentimental, these protestations of innocence, that which you hold onto too fiercely?’ (p. 85)
‘Writing is how I attempt to repair myself, stitching back former selves, sentences. When I am brave enough I am never brave enough I unravel the tapestry of my life, my childhood.’ (p. 103)
*
de strijd tussen vorm en inhoud
vorm en inhoud
Als het om schrijven gaat, heeft men het vaak over het probleem van vorm en inhoud; er wordt zelfs weleens gezegd: de inhoud is goed maar de vorm niet, enzovoort. Maar verdorie, het probleem is dat er niet aan de ene kant een inhoud is en aan de andere kant een vorm. Dat zou makkelijk zijn: alsof je via een vorm verslag zou doen van wat al vrij bestond, de inhoud. De strijd tussen vorm en inhoud woedt echter in het denken zelf: de inhoud vecht om zich te vormen. Om eerlijk te zijn, je kunt niet aan een inhoud denken zonder de vorm die hij heeft. Alleen de intuïtie raakt aan de waarheid zonder vorm of inhoud nodig te hebben. De intuïtie is de onbewuste diepe reflectie die het zonder vorm kan stellen wanneer ze naar boven komt. Het lijkt me dat de vorm verschijnt wanneer het hele zijn al een rijpe inhoud heeft, aangezien men het denken of schrijven wil splitsen in twee fasen. Het probleem van de vorm ligt daarin dat hij voortkomt uit de inhoud, het denken of voelen op zichzelf, die niet zouden kunnen bestaan zonder hun adequate en soms unieke vorm.
Uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector (p. 258).
Als het om schrijven gaat, heeft men het vaak over het probleem van vorm en inhoud; er wordt zelfs weleens gezegd: de inhoud is goed maar de vorm niet, enzovoort. Maar verdorie, het probleem is dat er niet aan de ene kant een inhoud is en aan de andere kant een vorm. Dat zou makkelijk zijn: alsof je via een vorm verslag zou doen van wat al vrij bestond, de inhoud. De strijd tussen vorm en inhoud woedt echter in het denken zelf: de inhoud vecht om zich te vormen. Om eerlijk te zijn, je kunt niet aan een inhoud denken zonder de vorm die hij heeft. Alleen de intuïtie raakt aan de waarheid zonder vorm of inhoud nodig te hebben. De intuïtie is de onbewuste diepe reflectie die het zonder vorm kan stellen wanneer ze naar boven komt. Het lijkt me dat de vorm verschijnt wanneer het hele zijn al een rijpe inhoud heeft, aangezien men het denken of schrijven wil splitsen in twee fasen. Het probleem van de vorm ligt daarin dat hij voortkomt uit de inhoud, het denken of voelen op zichzelf, die niet zouden kunnen bestaan zonder hun adequate en soms unieke vorm.
Uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector (p. 258).
neem me aan met zijden draden
zijden draden
Ik heb nauwelijks iets gelezen van Henry James, toch een geweldig schrijver volgens een vriend van mij. Hij is hermetisch en helder. Zou ik als ik James zou citeren hermetisch worden voor mijn lezers? Dat spijt me dan. Ik moet de dingen zeggen en de dingen zijn niet gemakkelijk. Lees en herleest u het citaat. Hier is het, door mij vertaald uit het Engels: Wat voor soort ervaring is noodzakelijk en waar begint en eindigt die? Ervaringen zijn nooit begrensd en nooit compleet; het is een immense gevoeligheid, een soort enorm spinnenweb gemaakt van de allerfijnste zijden draden dat in de kamer van het bewustzijn hangt en in zijn weefsel elk stofdeeltje opvangt dat door de lucht wordt aangedragen. Het is de eigen sfeer van de geest; en als de geest fantasierijk is – en al helemaal wanneer het gaat om een genie – vangt hij de lichtste wenken op en zet de luchtgolven om in openbaringen.
Zonder ook maar in de verste verte een genie te zijn: hoeveel openbaringen, hoeveel golven heb ik zelf opgevangen uit de ijle lucht. De fijne draden in de kamer van het bewustzijn. En in het onderbewuste de enorme spin zelf. Oh, wat is het leven geweldig met zijn vangende webben!
Zegt u het als ik te veel mezelf begin te worden. Ik heb die neiging nu eenmaal. Maar ik ben ook objectief. Zo objectief dat ik het subjectieve van de spinnendraden kan omzetten in objectieve woorden. Elk woord is trouwens een object, is objectief. Bovendien, gelooft u me maar, hoef je niet intelligent te zijn: de spin is dat ook niet en de woorden, de woorden zijn onvermijdelijk. Begrijpt u het? Dat hoeft niet eens. Neem het gewoon aan zoals ik het u geef. Neem me aan met zijden draden.
Uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector (p. 178).
Ik heb nauwelijks iets gelezen van Henry James, toch een geweldig schrijver volgens een vriend van mij. Hij is hermetisch en helder. Zou ik als ik James zou citeren hermetisch worden voor mijn lezers? Dat spijt me dan. Ik moet de dingen zeggen en de dingen zijn niet gemakkelijk. Lees en herleest u het citaat. Hier is het, door mij vertaald uit het Engels: Wat voor soort ervaring is noodzakelijk en waar begint en eindigt die? Ervaringen zijn nooit begrensd en nooit compleet; het is een immense gevoeligheid, een soort enorm spinnenweb gemaakt van de allerfijnste zijden draden dat in de kamer van het bewustzijn hangt en in zijn weefsel elk stofdeeltje opvangt dat door de lucht wordt aangedragen. Het is de eigen sfeer van de geest; en als de geest fantasierijk is – en al helemaal wanneer het gaat om een genie – vangt hij de lichtste wenken op en zet de luchtgolven om in openbaringen.
Zonder ook maar in de verste verte een genie te zijn: hoeveel openbaringen, hoeveel golven heb ik zelf opgevangen uit de ijle lucht. De fijne draden in de kamer van het bewustzijn. En in het onderbewuste de enorme spin zelf. Oh, wat is het leven geweldig met zijn vangende webben!
Zegt u het als ik te veel mezelf begin te worden. Ik heb die neiging nu eenmaal. Maar ik ben ook objectief. Zo objectief dat ik het subjectieve van de spinnendraden kan omzetten in objectieve woorden. Elk woord is trouwens een object, is objectief. Bovendien, gelooft u me maar, hoef je niet intelligent te zijn: de spin is dat ook niet en de woorden, de woorden zijn onvermijdelijk. Begrijpt u het? Dat hoeft niet eens. Neem het gewoon aan zoals ik het u geef. Neem me aan met zijden draden.
Uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector (p. 178).
retrieval/ durga chew-bose
Uit ‘The Girl’ (Too Much and Not the Mood) van Durga Chew-Bose:
‘She is standoffish, unwilling, harsh, up to something. She is a narcissist, a snob, a spy, some suspect. She is haughty, selfish, plenty vain, and proud. Affected. She puts on airs, I've heard people say.
(..) Despite your grievances, she isn't withholding. Simply, she'll never tell you the things she takes an interest in, because what she doesn't want is this: that you procure them for her.
You yearn for her vulnerability. Which you believe comes complimentary, like peanuts on a flight; two packets. Like a smile. Vulnerability she refuses to give you because she is, after all these years, gaining back custody of herself. Lost long ago, before she was born (..).
Hers is an everyday process of retrieval.
(..) She wishes she had a genius for curbing small talk; for manufacturing an arbitrary tone when airing something considered; for soft-boiling an egg.’
‘She is standoffish, unwilling, harsh, up to something. She is a narcissist, a snob, a spy, some suspect. She is haughty, selfish, plenty vain, and proud. Affected. She puts on airs, I've heard people say.
(..) Despite your grievances, she isn't withholding. Simply, she'll never tell you the things she takes an interest in, because what she doesn't want is this: that you procure them for her.
You yearn for her vulnerability. Which you believe comes complimentary, like peanuts on a flight; two packets. Like a smile. Vulnerability she refuses to give you because she is, after all these years, gaining back custody of herself. Lost long ago, before she was born (..).
Hers is an everyday process of retrieval.
(..) She wishes she had a genius for curbing small talk; for manufacturing an arbitrary tone when airing something considered; for soft-boiling an egg.’
nook people
“
I don't require much to feel far-removed; to impose my wanderings on what's close. Because of this, my friend and I have started calling ourselves nook people. Those of us who seek corners and bays in order to redeploy our hearts and not breakt he mood. Those of us who retreat in order to cubicle our flame. Who collect sea glass. Who value a deep pants pocket. Who are our own understudies and may as well have shadowboxes for brains.
.. Nook people express appreciation in the moment by maintaining how much we will miss what is presently happening. Our priorities are spectacularly disordered.
.. Nook people might be terrible at giving and receiving hugs despite often feeling—on the whole, at home and in public—as though we are holding on tight. Nook people sense slight tremors or the onset of a neck rash when faced with people at parties who yell-speak. A nook person catches sight of the quiet cranny at any gathering: the arm of a couch, a sill to perch on, the corner of a counter where the vegetable platter—only celery and ashy carrots are left—has been abandoned. (..); sits on the floor and braids carpet tassels only to become self-conscious and unbraid them. From afar, even nearby actually, a nook person can seem like a real bore. The last person whom you want to meet. A fun-killer.
.. Nook people need relief from distraction's overall insistence: the trap of everything else. Their ambition is not to be understood outright, but to return to an original peg. To share without betraying whatever mechanism individuates him or her. Perhaps that's what we call our disposition. How becoming is multipart, but mainly a pilgrimage inward. If you share too much of yourself, you risk growing into someone who has nothing unacknowledged. Those yet-to-access riches that I'd suspect are what tingle when a song's lyrics eject me into outer space; assure me I can love; can go about and be loved; can retreat and still get, as in both catch and understand, love. Those yet-to-access riches that I'd suspect too are what tingle when a building's architecture persuades me to notice other systems of proportion.
.. What a nook person wants is space, however small, to follow whatever image is driving her, instead of sensing like she might have to trade it in or share it before she's willing. Her awakening demands no stage but, rather room to store that second half of what she deems her double life: what's corrugated inside. Intuition's buildup.
Nook people find it trying to imagine themselves in real-life situations but long to climb into, for instance, a movie still.
.. Nook people are interested in what's backstage; (..) [n]ook people can gently disagree while securing their spark. No. No. Spark is not substantive enough. Their approach. That radiant heat they typically keep stored inside because it functions as insulation.
Nook people love signing with a heavy pen; don't mind waiting in the car; love sitting on a stack of banquet chairs in an empty banquet hall, feet dangling; appreciate the surprising density of a beaded curtain (..).
.. Nook people confuse emotional truth with other varieties of truth. They are a composite of the last person who complimented them and the next person who might ignore them, and also whomever or whatever they consider themselves a child of.
.. As adults, nook people cower under overhead lightning. They prefer when lamps yoke the floor rather than animate an entire room. They are habitual creatures who fear each time they're charmed by something, because what if it's the last time they are charmed by anything?
”
Durga Chew-Bose, Too Much and Not the Mood; ‘Heart Museum’.
I don't require much to feel far-removed; to impose my wanderings on what's close. Because of this, my friend and I have started calling ourselves nook people. Those of us who seek corners and bays in order to redeploy our hearts and not breakt he mood. Those of us who retreat in order to cubicle our flame. Who collect sea glass. Who value a deep pants pocket. Who are our own understudies and may as well have shadowboxes for brains.
.. Nook people express appreciation in the moment by maintaining how much we will miss what is presently happening. Our priorities are spectacularly disordered.
.. Nook people might be terrible at giving and receiving hugs despite often feeling—on the whole, at home and in public—as though we are holding on tight. Nook people sense slight tremors or the onset of a neck rash when faced with people at parties who yell-speak. A nook person catches sight of the quiet cranny at any gathering: the arm of a couch, a sill to perch on, the corner of a counter where the vegetable platter—only celery and ashy carrots are left—has been abandoned. (..); sits on the floor and braids carpet tassels only to become self-conscious and unbraid them. From afar, even nearby actually, a nook person can seem like a real bore. The last person whom you want to meet. A fun-killer.
.. Nook people need relief from distraction's overall insistence: the trap of everything else. Their ambition is not to be understood outright, but to return to an original peg. To share without betraying whatever mechanism individuates him or her. Perhaps that's what we call our disposition. How becoming is multipart, but mainly a pilgrimage inward. If you share too much of yourself, you risk growing into someone who has nothing unacknowledged. Those yet-to-access riches that I'd suspect are what tingle when a song's lyrics eject me into outer space; assure me I can love; can go about and be loved; can retreat and still get, as in both catch and understand, love. Those yet-to-access riches that I'd suspect too are what tingle when a building's architecture persuades me to notice other systems of proportion.
.. What a nook person wants is space, however small, to follow whatever image is driving her, instead of sensing like she might have to trade it in or share it before she's willing. Her awakening demands no stage but, rather room to store that second half of what she deems her double life: what's corrugated inside. Intuition's buildup.
Nook people find it trying to imagine themselves in real-life situations but long to climb into, for instance, a movie still.
.. Nook people are interested in what's backstage; (..) [n]ook people can gently disagree while securing their spark. No. No. Spark is not substantive enough. Their approach. That radiant heat they typically keep stored inside because it functions as insulation.
Nook people love signing with a heavy pen; don't mind waiting in the car; love sitting on a stack of banquet chairs in an empty banquet hall, feet dangling; appreciate the surprising density of a beaded curtain (..).
.. Nook people confuse emotional truth with other varieties of truth. They are a composite of the last person who complimented them and the next person who might ignore them, and also whomever or whatever they consider themselves a child of.
.. As adults, nook people cower under overhead lightning. They prefer when lamps yoke the floor rather than animate an entire room. They are habitual creatures who fear each time they're charmed by something, because what if it's the last time they are charmed by anything?
”
Durga Chew-Bose, Too Much and Not the Mood; ‘Heart Museum’.
Abonneren op:
Posts (Atom)
//
quoi?
ada limón
adrienne rich
ali smith
alice notley
alice oswald
anne boyer
anne brontë
anne carson
anne truitt
anne vegter
annie dillard
antjie krog
audre lorde
bhanu kapil
carry van bruggen
catherine lacey
cees nooteboom
charlotte brontë
charlotte salomon
chimamanda ngozi adichie
chris kraus
christa wolf
claire messud
claire vaye watkins
clarice lispector
david whyte
deborah levy
durga chew-bose
elif batuman
elizabeth strout
emily brontë
emily dickinson
emily ruskovich
ester naomi perquin
etty hillesum
f. scott fitzgerald
feminisme
fernando pessoa
han kang
helen macdonald
henri bergson
henry david thoreau
hermione lee
herta müller
jan zwicky
janet malcolm
jean rhys
jeanette winterson
jenny offill
jessa crispin
joan didion
john berryman
joke j. hermsen
josefine klougart
kate zambreno
katherine mansfield
kathleen jamie
katja petrowskaja
krista tippett
layli long soldier
leonard koren
leonora carrington
leslie jamison
louise glück
maggie anderson
maggie nelson
marcel proust
margaret atwood
marie darrieussecq
marie howe
marja pruis
mary oliver
mary ruefle
maría gainza
neil astley
olivia laing
patricia de martelaere
paul celan
paula modersohn-becker
poetry
poëzie
rachel cusk
rainer maria rilke
raymond carver
rebecca solnit
robert macfarlane
sara ahmed
sara maitland
seamus heaney
siri hustvedt
stefan zweig
susan sontag
svetlana alexijevitsj
sylvia plath
ta-nehisi coates
teju cole
terry tempest williams
tess gallagher
tjitske jansen
tomas tranströmer
tracy k. smith
valeria luiselli
virginia woolf
vita sackville-west
w.g. sebald
yiyun li
zadie smith
