traag/ denk ik

ik ben veranderd in een trage lezer. traag lezen is iets dat onvermijdelijk is geworden, voor mij — lang had ik niet in de gaten dat ik daar behoefte aan had. ik denk dat het de poëzie die mijn neus op die feiten heeft gedrukt. en schrijvers als virginia woolf en christa wolf. in november 2017 las ik woolfs the waves maar het voelt alsof ik het nog steeds lees; hoe werkt een boek zich zo naar binnen? toen ik het las voelde ik me vooral verdwaald, nu heb ik het idee dat het boek in alles wat ik denk en zie en voel zit. zit.

van christa wolf heb ik ondertussen drie boeken gelezen en ik denk ook over haar werk nog steeds veel na. ze schreef over medea en kassandra, maar ook over haarzelf. tegelijkertijd; maar het laatste boek dat ik van haar las, stad der engelen gaat vooral over haarzelf. (& toch ook weer over die andere vrouwen.) het gevecht dat leven heet: ze leefde en werkte en publiceerde tijdens de koude oorlog, was communist, leefde en werkte en publiceerde lang van achter het ijzeren gordijn. ze overleefde maar het heeft haar gekost.

het ongemak van onbegrip dat wolf weet te beschrijven, weer te geven, insinueren; daar was ik vooral van onder de indruk. en illusies en de pijn van het wegwaaien van de utopie, de droom. ze huilde toen ze hoorde van stalins dood. er was zo veel dood.

de grens die wegviel in november 1989 viel natuurlijk niet helemaal weg. de hiërarchie van het gevoel. vond ik dat in haar werk? ik kan het me niet herinneren maar het ongeloof waar wolf na '89 mee geconfronteerd werd doet me daar aan denken. alsof we niet allemaal leven met illusies. de grootste onzichtbaar omdat, te groot.

het laatste boek dat ik uitlas was margaret atwoods the handmaid's tale. atwood weet iets dat woolf en wolf wisten; iets waarmee veel vrouwen bekend zijn. ik ben er nog niet helemaal over uit wat ik daarmee bedoel, wat dat iets is. maar, ik heb het boek ook pas uit. ja.

ik ga nu the waves herlezen. het is sowieso een werk dat ik de rest van m'n leven zal (her)lezen, denk ik; er staat zo veel in dat ik nog niet heb gehoord, denk ik.

//

quoi?

ada limón adrienne rich alejandro zambra aleksandar hemon ali smith alice notley alice oswald andré aciman andrea dworkin andrea wulf anna burns anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde ben lerner bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë erwin mortier ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonora carrington leslie jamison louise glück maggie nelson marcel proust maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker piet oudolf poëzie rachel cusk rainer maria rilke rebecca solnit robert macfarlane robert walser robin wall kimmerer sara ahmed sara maitland siri hustvedt stefan zweig sue lloyd-roberts susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tjitske jansen tomas tranströmer valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

abonneer

Blogarchief