het leven brandde op de huid van de vrouw

Daarna heb ik in het museum lang voor de Medeajurk van Jana Sterbak gestaan: een van draad gevlochten vrouwenlichaam, omgeven door een installatie van elektrische draden, die waren aangesloten op een stopcontact en steeds weer begonnen te gloeien, even doofden en dan weer gloeiden. Alles brandde op de huid van die vrouw, het leven brandde op de huid van de vrouw, het was immers de jurk die Medea aan Glauke moet hebben gegeven, haar rivale, en waardoor haar huid verbrandde. Op een projectiescherm verscheen een tekst, die ik overschreef:

I want you to feel the way I do: There's barbed wire wrapped all around my head and my
skin grates on my flesh from the inside. How can you be so comfortable only 5" to
the left of me? I don't want to hear myself think, feel myself move. It's not that I want
to be numb. I want to slip under your skin: I will listen tot he sound you hear, feed on
your thought, wear your clothes.
Now I have your attitude and you're not comfortable anymore. Making them yours
you relieved me of my opinions, habits, impulses. I should be grateful but instead...
you're beginning to irritate me: I am not going to live with myself inside your body,
and I would rather practice being new on someone else.

De vrouw met haar brandende huid, die in mijn huid wilde glippen om mij te laten voelen wat zij voelt om bevrijd te zijn van haar pijn, en die zich toch niet in het lichaam van een ander thuis kan voelen. Het bekende verlangen. De bekende teleurstelling.

: christa wolf, stad der engelen, of the overcoat of dr. freud (p252)

//

quoi?

ada limón adrienne rich alejandro zambra aleksandar hemon ali smith alice notley alice oswald andré aciman andrea dworkin andrea wulf anna burns anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde ben lerner bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë erwin mortier ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonora carrington leslie jamison louise glück maggie nelson marcel proust maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker piet oudolf poëzie rachel cusk rainer maria rilke rebecca solnit robert macfarlane robert walser robin wall kimmerer sara ahmed sara maitland siri hustvedt stefan zweig sue lloyd-roberts susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tjitske jansen tomas tranströmer valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

abonneer

Blogarchief