Ik heb het boek nog niet helemaal uit, maar kan al wel vaststellen dat ook het tweede boek van Iris Koops een prettig naslagwerk is. Waar Herstellen van narcistische mishandeling vooral onderzoekt wat narcistische mishandeling is en hoe je er achter komt of je daar inderdaad mee te maken hebt (gehad), helpt Je leven in eigen hand te dealen met het zwarte gat dat onstaat zodra er wordt geaccepteerd dat er inderdaad sprake is (geweest) van narcistische mishandeling.
Ik zeg heel stoer dat het een prettig naslagwerk is, maar het is ook een confronterend werk over wat er in de geest verschoven wordt om ruimte te maken voor de wil en gevoelens (/het bestaan) van een ander. De ruimte voor de narcist. Het zwarte gat dat overblijft als de invloed van die narcist langzaam wordt weggewerkt. Maar ook dat is lastig, want wat is een gevolg van die invloed en wat is daadwerkelijk van het zelf?
& inderdaad, wat te doen met de ruimte die onstaat? Hoe wek ik dat (verborgen/overgebleven) zelf weer tot leven? Uit Je leven in eigen hand:
‘Tijdens een relatie met een narcist of psychopaat ontwikkel je een bepaald overlevingsgedrag. Dit gedrag is erop gericht om te kunnen overleven binnen deze destructieve relatie. Het herstel is er juist op gericht, los te komen van deze relatie en bijbehorend gedrag. Het gaat erom weer jezelf te worden. Als je identiteit nauwelijks gevormd is of nooit tot uiting heeft mogen komen, is het moeilijk om de gebaande paden, namelijk het jou zo bekende overlevingsgedrag, te verlaten. Nieuwe wegen ontdekken vereist moed.’ p237
Hetzelfde boek (h)erkent waar de valkuilen liggen, hoe triggers werken & hoe deze op te vangen, en heel veel meer.
*
Bizar: de narcist is leeg maar zijn slachtoffer dient ruimte te maken; almaar meer ruimte te maken.
*
Ik heb aldoor de neiging dit alles nu te.. relativeren. Het is voor ‘normale’ (hierover zostraks meer) mensen ongetwijfeld moeilijk de gevolgen van narcistische mishandeling voor slachtoffers in te schatten. De vragen die men, naar ik mij voorstel, stelt zijn dan ook naïef: waarom deed je er niets aan? Waarom zei je er niet iets van? Dergelijke vragen leiden tot schaamte en twijfels, want inderdaad, waarom deed ik niet iets?
Ondertussen weet ik dat het niet zo simpel is: 1) ieder mens leeft slechts één leven, er is dus geen vergelijkingsmateriaal: het slachtoffer heeft geen idee van de abnormaliteit van de situatie; 2) de narcist luistert niet. Simpelweg, niet. Het maakt niet uit waar het om gaat: zolang je het niet met hem eens bent is hij niet geïnteresseerd in wat je te zeggen hebt. Dat geldt voor alles: aangeven wat je voelt, wat je ziet, waarom je iets wel of niet wilt, wat je mooi of lekker of lelijk vindt, waar je pijn voelt, waar de theedoek hangt, dat het regent — zolang de narcist het zelf niet (als dusdanig) ervaart wordt jouw ervaring niet serieus genomen. Als iets echt niet valt te ontkennen (denk aan missende ledematen, aan bloed: onomstotelijk bewijs), is het jouw eigen verantwoordelijkheid, ook als iemand anders (bijvoorbeeld de narcist zelf) jou iets heeft aangedaan.
Er wordt, kortom, keer op keer over je heen gewalst. Je bestaat maar je bestaat niet. Zo voelt het.
Ik weet niet hoe ik dit duidelijker kan maken.
*
Ik dacht lang dat het normaal was overal aan te twijfelen; mijn eigen ideeën, sensaties, ervaringen, minder serieus te nemen dan die van anderen. Zoals ik in mijn blogpost over Koops’ eerste boek al zei:
‘Jarenlang samenleven met een narcist kan er [..] voor zorgen dat de eigen beleving volledig verdwijnt.’
De grens tussen de ander en het zelf bestaat dan niet. Het gevolg is dat er nooit een keuze wordt gemaakt zonder (lang) stil te staan bij de wensen en/of gevolgen van/voor anderen: in eerste instantie de narcist; later iedereen.
Van jongs af aan te maken hebben met een narcist is hard: je voelt je nooit veilig. Je weet nooit wat te verwachten: en dat is wat je wordt: in afwachting. Wel weet je dat er altijd een reactie zal komen (ook al is die reactie soms een langdurig zwijgen) en dus zul je moeten leren anticiperen en incasseren. Maar onberekenbare mensen zijn niet te vertrouwen, en onberekenbare mensen zijn niet eerlijk. Je leert al op jonge leeftijd dat er geen normen, geen waarden zijn die staan, en blijven staan ongeacht de situatie: niets is normaal. & dat geldt voor iedereen en alles, denk je te weten: het generaliseren wordt met de paplepel ingegoten. (Ik haat spreekwoorden, maar hier past het juist omdat ik ze verafschuw.)
En dus bestaat ‘normaal’ simpelweg niet: ik heb het woord jarenlang alleen tussen haakjes gebruikt, ik geloofde niet in het woord. Nu pas begin ik te beseffen dat het te maken heeft met een basis, met normen en waarden, en het recht op een eigen identiteit.
Ik begin meer dingen te beseffen.
wringing my hands/ over ‘hot milk’
Where had I got to in my own life by trying to please everyone all the time? Right here. Wringing my hands. p66
*
De hoofdpersoon van Hot Milk is een apathische jonge vrouw. Ze laat zich gebruiken, waait mee met de wind van wie wat dan ook van haar wil. & om een of andere reden wekt dit nogal heftige reacties op bij lezers.
Which is curious, considering the history of literature: eigenzinnige, zelfbewuste en vastberaden fictieve vrouwelijke personages zijn daar uitzonderingen.
Deborah Levy’s Sofia is zoals gezegd een jonge vrouw. Maar ze wordt niet gebruikt, gestuurd, door een man. Is dat wat dit boek zo eigenaardig maakt? Zou het anders voelen als niet Sofia’s moeder, maar haar vader de hulpbehoevende figuur in Sofia’s leven was?
Achtergrond: moeder is ziek, of denkt dat ze ziek is, dochter heeft haar studie (tijdelijk) opgegeven om voor haar moeder te zorgen. De dochter twijfelt of haar moeder wel echt ziek is, maar durft dat niet hardop te denken, zeker niet hardop te zeggen. En dus sloft haar leven voort. Deze moeder-dochter-relatie, en de gevolgen hiervan voor Sofia, staan centraal in Hot Milk.
Ik probeer me niet te veel aan te trekken wat andere mensen vinden van boeken die ik zelf heel goed vind, maar in dit geval is er sprake van een misverstand. Denk ik. Wat niet begrepen wordt is dat een gezonde relatie tussen ouders en hun kinderen niet vanzelfsprekend is. De verhoudingen tussen Sofia en haar moeder, Rose, zijn ongewoon. & dat is waar dit verhaal om gaat: een dochter die op de automatische piloot haar leven leeft en in een onbekend heet land door medusa’s (kwallen) lijkt te worden gewezen op eigen liefdes en verlangens.
*
De hoofdpersoon van Hot Milk is een apathische jonge vrouw. Ze laat zich gebruiken, waait mee met de wind van wie wat dan ook van haar wil. & om een of andere reden wekt dit nogal heftige reacties op bij lezers.
Which is curious, considering the history of literature: eigenzinnige, zelfbewuste en vastberaden fictieve vrouwelijke personages zijn daar uitzonderingen.
Deborah Levy’s Sofia is zoals gezegd een jonge vrouw. Maar ze wordt niet gebruikt, gestuurd, door een man. Is dat wat dit boek zo eigenaardig maakt? Zou het anders voelen als niet Sofia’s moeder, maar haar vader de hulpbehoevende figuur in Sofia’s leven was?
Achtergrond: moeder is ziek, of denkt dat ze ziek is, dochter heeft haar studie (tijdelijk) opgegeven om voor haar moeder te zorgen. De dochter twijfelt of haar moeder wel echt ziek is, maar durft dat niet hardop te denken, zeker niet hardop te zeggen. En dus sloft haar leven voort. Deze moeder-dochter-relatie, en de gevolgen hiervan voor Sofia, staan centraal in Hot Milk.
Ik probeer me niet te veel aan te trekken wat andere mensen vinden van boeken die ik zelf heel goed vind, maar in dit geval is er sprake van een misverstand. Denk ik. Wat niet begrepen wordt is dat een gezonde relatie tussen ouders en hun kinderen niet vanzelfsprekend is. De verhoudingen tussen Sofia en haar moeder, Rose, zijn ongewoon. & dat is waar dit verhaal om gaat: een dochter die op de automatische piloot haar leven leeft en in een onbekend heet land door medusa’s (kwallen) lijkt te worden gewezen op eigen liefdes en verlangens.
(Sofia is niet dom. Daarom zijn de verhoudingen zo ingewikkeld, & het boek zo goed.)
*
Ik verdedig dit boek omdat het mijn leven aanraakt. Ik wil daar niet te veel over zeggen maar ik begrijp Sofia, zoals ik Lucy Barton begrijp. Hot Milk en My Name is Lucy Barton zijn in mijn geest familie. De omstandigheden van Lucy Barton zijn (op het oog) minder ingewikkeld, waardoor het makkelijker is haar karakter te begrijpen en haar als persoon sympathiek te vinden. Deborah Levy’s Sofia is lastiger te doorgronden. Hoewel ook haar karakter een gevolg is van de omstandigheden in haar leven, is dat minder goed zichtbaar. Ik denk dat het zo zit: Lucy Barton was van jongs af aan op zichzelf aangewezen: haar zelf was alles wat ze had: daar vocht ze voor; Sofia werd dat juist afgenomen, ze werd aanhankelijk gemaakt, waardoor er niets van haar zelf over bleef om naar te luisteren, om serieus te nemen; waardoor er niets over bleef om te beschermen.
*
Ik verdedig dit boek omdat het mijn leven aanraakt. Ik wil daar niet te veel over zeggen maar ik begrijp Sofia, zoals ik Lucy Barton begrijp. Hot Milk en My Name is Lucy Barton zijn in mijn geest familie. De omstandigheden van Lucy Barton zijn (op het oog) minder ingewikkeld, waardoor het makkelijker is haar karakter te begrijpen en haar als persoon sympathiek te vinden. Deborah Levy’s Sofia is lastiger te doorgronden. Hoewel ook haar karakter een gevolg is van de omstandigheden in haar leven, is dat minder goed zichtbaar. Ik denk dat het zo zit: Lucy Barton was van jongs af aan op zichzelf aangewezen: haar zelf was alles wat ze had: daar vocht ze voor; Sofia werd dat juist afgenomen, ze werd aanhankelijk gemaakt, waardoor er niets van haar zelf over bleef om naar te luisteren, om serieus te nemen; waardoor er niets over bleef om te beschermen.
(vechten / beschermen —
vechten als actie om te beschermen;
beschermen suggereert dat er zicht is op wat er is (omlijnd: begrensd) om voor te vechten;
maar als dat nooit is erkent, lijkt er niets te zijn.
ook dat maakt Hot Milk verwant aan My Name is Lucy Barton;
We vergeten misschien te gemakkelijk dat we zonder vaardigheden worden geboren, dat alles aangeleerd handelen/gedrag is. Waar we niets van weten neemt geen ruimte in, omdat we simpelweg niet weten dat het er toch is.
maar Sofia. Sofia is apathisch omdat haar gevecht nooit serieus genomen werd.
en ze zichzelf, als gevolg daarvan, niet serieus nam.
machteloos: want het heeft geen zin;
want het uitzicht biedt geen uitzonderingen, oplossingen.
maar ze bedenkt;
I want to get away from the kinship structures that are supposed to hold me together. To mess up the story I have been told about myself. To hold the story upside down by its tail. p63)
*
Het is niet normaal, blijkbaar niet voor te stellen: toch niet onwaarschijnlijk.
Een niet-perfecte en egoïstische moeder maakt ons van slag,
een jonge vrouw die de perfecte dochter probeert te zijn maakt ons van slag;
hoe is het mogelijk.
Bovendien; Sofia neemt haar lichaam, haar bestaan terug in eigen beheer. Ze is taai, ze overleeft.
*
The door to the concrete terrace on the beach opened of its own accord. A breeze filled the room. A warm desert breeze carrying with it the deep, salt smell of seaweed and hot sand. The waves were crashing on the beach, the table on the terrace had my laptop resting on it, the night stars made in China were open under the real night stars in Spain. All summer, I had been moonwalking in the digital Milky Way. It's calm here. But I am not calm. My mind is like the edge of motorways where foxes eat the owls at night. In the starfields, with their faintly glowing paths running across the screen, I have been making footprints in the dust and glitter of the virtual universe. it never occurrerd to me that, like the medusa, technology stares back and that its gaze might have petrified me, made me fearful to come down, down to earth, where all the hard stuff happens, down to the check-out tills and the barcodes and the too many words for profit and the not enough words for pain. p216
vechten als actie om te beschermen;
beschermen suggereert dat er zicht is op wat er is (omlijnd: begrensd) om voor te vechten;
maar als dat nooit is erkent, lijkt er niets te zijn.
ook dat maakt Hot Milk verwant aan My Name is Lucy Barton;
We vergeten misschien te gemakkelijk dat we zonder vaardigheden worden geboren, dat alles aangeleerd handelen/gedrag is. Waar we niets van weten neemt geen ruimte in, omdat we simpelweg niet weten dat het er toch is.
maar Sofia. Sofia is apathisch omdat haar gevecht nooit serieus genomen werd.
en ze zichzelf, als gevolg daarvan, niet serieus nam.
machteloos: want het heeft geen zin;
want het uitzicht biedt geen uitzonderingen, oplossingen.
maar ze bedenkt;
I want to get away from the kinship structures that are supposed to hold me together. To mess up the story I have been told about myself. To hold the story upside down by its tail. p63)
*
Het is niet normaal, blijkbaar niet voor te stellen: toch niet onwaarschijnlijk.
Een niet-perfecte en egoïstische moeder maakt ons van slag,
een jonge vrouw die de perfecte dochter probeert te zijn maakt ons van slag;
hoe is het mogelijk.
Bovendien; Sofia neemt haar lichaam, haar bestaan terug in eigen beheer. Ze is taai, ze overleeft.
*
The door to the concrete terrace on the beach opened of its own accord. A breeze filled the room. A warm desert breeze carrying with it the deep, salt smell of seaweed and hot sand. The waves were crashing on the beach, the table on the terrace had my laptop resting on it, the night stars made in China were open under the real night stars in Spain. All summer, I had been moonwalking in the digital Milky Way. It's calm here. But I am not calm. My mind is like the edge of motorways where foxes eat the owls at night. In the starfields, with their faintly glowing paths running across the screen, I have been making footprints in the dust and glitter of the virtual universe. it never occurrerd to me that, like the medusa, technology stares back and that its gaze might have petrified me, made me fearful to come down, down to earth, where all the hard stuff happens, down to the check-out tills and the barcodes and the too many words for profit and the not enough words for pain. p216
au sérieux/ etty hillesum
‘Woensdagmiddag [13 augustus 1941]. — Een koelbloedige, ijskoude objectiviteit bereik ik natuurlijk niet, met mijn aanleg. Daarvoor zit er te veel gemoed. Maar ik ga ook niet meer zo kapot als vroeger, door al dat gemoed. Daan [Sajet] is uit een vliegmachine gevallen en er gaan zoveel van die levendige veelbelovende jongens ieder ogenblik van de dag en de nacht dood. Ikw eet niet wat ik daarmee beginnen moet. Door het vele leed om je heen begin je je er voor te generen, dat je jezelf met al je stemmingen au sérieux neemt. Maar je móét jezelf sérieux blijven nemen, je moet zelf het centrum blijven en met alles wat er in deze wereld gebeurt moet je ook klaar zien te komen, je mag nergens je ogen voor sluiten, je moet je auseinandersetzen met deze verschrikkelijke tijd en een antwoord zien te vinden op het aantal vragen op leven en dood die deze tijd je stelt. En misschien vind je op enkele van deze vragen een antwoord, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Ik leef nu eenmaal. Ik moet alles onder ogen zien. Ik moet ook niet weglopen voor mezelf. Ik voel me soms net een paal aan een woedende zee, van alle kanten gebeukt door de golven. Maar ik blijf staan en raak dan verweerd door de jaren. Ik wil vol blijven leven.
Ik wil de kroniekschrijfster worden van veel dingen uit deze tijd (beneden moord en brand, vader brult: ga dan, en smijt met deuren; ook dat moet verwerkt worden en nou huil ik – brul opeens, zó objectief ben ik dus nog niet; eigenlijk kan je heir in huis niet leven, enfin, vooruit maar weer); o ja, kroniekschrijfster, daar was ik gebleven. Ik neem bij mijzelf waar dat naast al dat subjectieve lijden dat ik doe altijd weer een a.h.w. objectieve nieuwsgierigheid komt, een hartstochtelijke belangstelling voor alles wat deze wereld en z'n mensen en m'n eigen zielenroerselen betreft. Ik geloof soms dat ik een taak heb. Alles, wat er om me heen gebeurt moet in mijn hoofd tot klaarheid gedacht worden en later door mij beschreven worden. Arm hoofd en hart, wat zullen jullie nog veel te verwerken krijgen. Rijk hoofd en rijk hart, jullie hebben toch ook wel een mooi leven.
(..) Je wordt soms zo afgeleid door de schokkende gebeurtenissen om je heen, dat je je later maar moeizaam de weg tot jezelf terug kunt banen. En toch moet dat. Je mag niet ten onder gaan in de dingen om je heen, uit een soort schuldgevoel. De dingen moeten in jóú tot klaarheid komen, je mag niet zelf in de dingen ondergaan.
En een gedicht van Rilke is even reëel en belangrijk als een jongen, die uit een vliegmachine valt, dat wil ik je nog even op het hart drukken. Dat alles is er nu eenmaal in deze wereld en je mag het ene niet wegcijferen voor het andere. (..)
De vele tegenstrijdigheden moeten geaccepteerd worden, je zou alles wel willen samensmelten tot een eenheid en op de een of andere manier willen vereenvoudigen in je geest, omdat het leven dan eenvoudiger zou worden voor jezelf, maar het leven bestaat nu eenmaal uit tegenstrijdigheden en die moeten alle geaccepteerd worden als behorende bij het leven en men mag op het ene niet een zwaarder accent leggen ten koste van het andere. Laat maar draaien, de hele zaak en misschien wordt het dan toch nog een geheel.’
Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943.
Ik wil de kroniekschrijfster worden van veel dingen uit deze tijd (beneden moord en brand, vader brult: ga dan, en smijt met deuren; ook dat moet verwerkt worden en nou huil ik – brul opeens, zó objectief ben ik dus nog niet; eigenlijk kan je heir in huis niet leven, enfin, vooruit maar weer); o ja, kroniekschrijfster, daar was ik gebleven. Ik neem bij mijzelf waar dat naast al dat subjectieve lijden dat ik doe altijd weer een a.h.w. objectieve nieuwsgierigheid komt, een hartstochtelijke belangstelling voor alles wat deze wereld en z'n mensen en m'n eigen zielenroerselen betreft. Ik geloof soms dat ik een taak heb. Alles, wat er om me heen gebeurt moet in mijn hoofd tot klaarheid gedacht worden en later door mij beschreven worden. Arm hoofd en hart, wat zullen jullie nog veel te verwerken krijgen. Rijk hoofd en rijk hart, jullie hebben toch ook wel een mooi leven.
(..) Je wordt soms zo afgeleid door de schokkende gebeurtenissen om je heen, dat je je later maar moeizaam de weg tot jezelf terug kunt banen. En toch moet dat. Je mag niet ten onder gaan in de dingen om je heen, uit een soort schuldgevoel. De dingen moeten in jóú tot klaarheid komen, je mag niet zelf in de dingen ondergaan.
En een gedicht van Rilke is even reëel en belangrijk als een jongen, die uit een vliegmachine valt, dat wil ik je nog even op het hart drukken. Dat alles is er nu eenmaal in deze wereld en je mag het ene niet wegcijferen voor het andere. (..)
De vele tegenstrijdigheden moeten geaccepteerd worden, je zou alles wel willen samensmelten tot een eenheid en op de een of andere manier willen vereenvoudigen in je geest, omdat het leven dan eenvoudiger zou worden voor jezelf, maar het leven bestaat nu eenmaal uit tegenstrijdigheden en die moeten alle geaccepteerd worden als behorende bij het leven en men mag op het ene niet een zwaarder accent leggen ten koste van het andere. Laat maar draaien, de hele zaak en misschien wordt het dan toch nog een geheel.’
Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943.
het geremde gemoed/ etty hillesum
‘Zondag, 9 maart [1941]. — Vooruit dan maar! Dit wordt een pijnlijk en haast onoverkomelijk moment voor mij: het geremde gemoed prijsgeven aan een onnozel stuk lijntjespapier. De gedachten zijn soms zo klaar en helder in het hoofd en de gevoelens zo diep, maar opschrijven, dat wil nog niet. In de hoofdzaak is het geloof ik het schaamtegevoel. Grote geremdheid, durf de dingen niet prijs te geven, vrij uit me te laten stromen en toch zal dat moeten, wil ik op den duur het leven tot een redelijk en bevredigend einde brengen.’
Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943.
Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943.
the poetry that is going to matter after you are dead/ dorothea lasky
“
Sylvia Plath is my favorite poet. She was not only a descendant of Modernism and the Romantics, she was a poet that cared about her own feelings so much that she cared about yours. She had some fucked-up shit happen in her life, but who cares about that? We all suffer and that has everything to do with poetics. Have you ever heard of Modernism? The Nazis called Modernism primitive and the work of the brutes. The only brutes on this earth are the dogs and those are the things that I love. Do you wonder what I am? You are reading the work of a great poet, possibly one of the greatest ones of your time. If I am standing in front of you right now, you are listening to the voice of one of the greatest poets of your time. Do you take time to analyze greatness? I don’t think you should bother—you will never get it right. I am both a Modernist and a Romantic. All poetry that is good today is some combination of modernism, ethics, and faith. Take note. All poetry that matters today has feelings in it. You can refute or deny this with your lack of them. You can wrestle against feelings and make funny words for it. Take a look in the mirror. You were born a child and you will die one, too. When you are in your grave all that you will be able to say is mommy. You are going to die you know and so am I. That’s it. You were born to die. Take the things you say because you can’t write poems and figure out how to write some. Go to the grocery store and buy some food. Sit alone by yourself and think of how it is, the way it really is. There are a million cells of fluid rushing in your veins. On earth a thousand rivers rush through. The only thing that keeps you contained is the faith God has in your every breath. When you are mean, you let him down, so don’t be. Read Plath. Hell, Read Stein. She was a woman and would have approved of you—you man, you woman, you dog. Bark your last breath while we all swim along a river. There are children playing around you. They know more than you will ever know.
”
Dorothea Lasky, ‘The Poetry That is Going to Matter After You Are Dead’, uit Black Life.
narcistische mishandeling
Narcissus’ moeder kreeg van de ziener Tiresias te horen dat
het levensgevaarlijk voor haar zoon zou zijn om zichzelf te leren kennen. Narcissus
begint inderdaad met sterven op het moment dat hij zichzelf tegenkomt: in het
spiegelende water van een heilig meer: hij wordt verliefd op een beeld en
weigert dat vervolgens los te laten, ook al leidt het tot zijn ondergang.
Dat is interessant: als ik Iris Koops’ boek Herstellen van narcistische mishandeling
goed begrijp heeft de narcist geen ‘zelf’, en vult hij (of zij) die leegte op
met aandacht, bewondering, en toewijding van anderen. Hij eigent zich dat toe,
denkt dat hij recht heeft op de sympathie en empathie van anderen. De narcist
is daar echter zelf niet toe in staat: alles draait om hem: het zelf van
anderen is er alleen om gecontroleerd, uitgegumd te worden. Jarenlang
samenleven met een narcist kan er dan ook voor zorgen dat de eigen beleving volledig verdwijnt.
Wat veel mensen niet weten is dat narcisten een aantal overeenkomsten met psychopaten vertonen: ze zijn goed in het manipuleren en
bespelen van mensen, en zullen zich nooit verantwoordelijk voelen voor het eigen gedrag en de gevolgen daarvan. De narcist heeft een bepaald beeld van zichzelf, en de wereld: een Waarheid
— en die waarheid beschermt hij koste wat kost. Kritiek of twijfels accepteert
hij niet: het tast immers zijn beeld (en daarmee zijn zekerheid) aan. Als hij er
toch mee wordt geconfronteerd kaatst hij de bewering of kritiek terug, verdraait
hij woorden, bespeelt hij onzekerheden met opmerkingen die de ander doen twijfelen aan de
eigen beleving. Het is een verdedigingsmechanisme, een manier om vooral
zichzelf niet te hoeven onderzoeken. Hij speelt de ander tegen zichzelf uit,
vermorzelt de integriteit van zijn slachtoffer: hij gaat nooit inhoudelijk in
op kritiek, negeert het. Ontwijken doet hij met zoveel kunde dat het niet opvalt:
hij maakt gebruik van afleidingsmanoeuvres om zijn vestiging, zijn zekerheid,
zijn waarheid, geen risico te hoeven laten lopen.
De zekerheid van een narcist is een door hemzelf gefabriceerd
beeld: het is plat, 2D: alleen te zien vanuit één point of view: zíjn point of
view. Narcissus zou zichzelf niet mogen leren kennen want dat zou de dood
betekenen: maar zijn zelf leeft niet:
hij zou, zoals hij ontdekt bij het meer, ontdekken dat er niets is behalve zijn buitenkant. Het meer
laat alleen een wispelturige weerspiegeling zien. Raak het aan en de
verschijning verdwijnt. Wijs hem op z’n vluchtigheid en Narcissus komt tot de
conclusie dat hij niets weet; hij verdwijnt in zijn eigen niets.
*
Iris Koops’ boek (met als ondertitel Het verdwenen zelf (tevens de titel van haar website)) is een poging om narcistische mishandeling meer
bekendheid te geven, in de hoop dat het sneller herkend zal worden door
hulpverleners. Het is lastig narcisme te diagnosticeren omdat narcisten een
zeer charmant masker op kunnen zetten (zelfbehoud). Als narcistische mishandeling al wordt erkend, dan worden
er nogal eens fouten gemaakt tijdens therapie.
Wat ik zeer waardeer aan Koops’ benadering van deze
mishandeling is haar stelligheid als het gaat om populaire, new age-achtige
therapieën waarbij het vooral draait om empathie. Er wordt geleuterd over
vergeving en begrip, over welke rol het slachtoffer zelf heeft gespeeld, en de jeugd van de mishandelaar — het
slachtoffer van narcistische mishandeling wordt hier niet mee geholpen. Sterker
nog: dit is de manier waarop de narcist haar al die tijd heeft mishandeld: de
verantwoordelijkheid voor de wijze waarop ze werd behandeld heeft de narcist
altijd bij zijn slachtoffer gelegd. Nogmaals
een beroep doen op haar empathie suggereert wederom
dat ze het aan zichzelf te danken heeft: had
je je zich maar anders moeten gedragen. Nee. Niet. De verantwoordelijkheid
van mishandeling ligt ALTIJD bij de mishandelaar. Het slachtoffer van
narcistische mishandeling heeft niet voor niets moeite met begrijpen wat ‘normaal’
is: ze heeft geen besef van/ gevoel voor grenzen: niemand heeft haar ooit laten
zien dat haar ‘nee’ een grens zou moeten zijn, dat daar overheen denderen geen
optie zou mogen zijn. Zo simpel is het. Zo ingewikkeld is het.
*
Later meer; ik ga ook Koops’ tweede boek, Je leven in eigen hand – Verder na
narcistische mishandeling lezen. Bovendien, ik kan het niet helpen: ik lees
over feminisme (Living a Feminist Life/
Sara Ahmed) & zie allerlei verbindingen tussen narcistisch gedrag/narcistische
mishandeling en misogynie/racisme/discriminatie.
problems with names, or: the figure of the killjoy/ sara ahmed
Uit het eerste hoofdstuk van Sara Ahmeds Living a Feminist Life (Duke University Press 2017), ‘Feminism Is Sensational’ (to be clear: iedere witregel betekent einde/ begin van alinea/ fragment. Ik heb lukraak overgetypt wat ik in mijn boek heb onderstreept. Vermelden dat alle woorden uit het eerste hoofdstuk komen lijkt mij op deze plek voldoende. Woorden die dik zijn of schuin staan, doen dat ook in Ahmeds boek.):
Feminist work is often memory work.
You are taught to care for yourself by being careful about others.
Documentation is a feminist project; a life project.
Sometimes it might even seem that it is as or even more tiring to notice sexism and racism than to experience sexism and racism: after all, it is this noticing that makes things real.
In Sister Outsider, Audre Lorde describes the words racism and sexism as "grown up words". We encounter racism and sexism before we have the words that allow us to make sense of what we encounter. Words can then allow us to get closer to our experiences; words can allow us to comprehend what we experience after the event. We become retrospective witnesses of our becoming. Sexism and racism: if they are problems we have given names, the names tend to lag behind te problems.
Feminist and antiracist consciousness involves not just finding the words, but through the words, how they point, realizing how violence is directed: violence is directed toward some bodies more than others. To give a problem a name can change not only how we register an event but whether we register an event. Perhaps not having names is a way of turning away from a difficulty that persists whether or not we turn away. Not naming a problem in the hope that it will go away often means the problem just remains unnamed. At the same time, giving the problem a name does not make the problem go away. To give the problem a name can be experienced as magnifying the problem; allowing something to acquire a social and physical density by gathering up what otherwise would remain scattered experiences into a tangible thing. Making sexism and racism tangible is also a way of making them appear outside of oneself; something that can be spoken of and addressed by and with others. It can be a relief to have something to point to; otherwise you can feel alone or lost. We have different tactics for dealing with sexism and racism; and one difficulty is that these tactics can be in tension. When we give problems their names, we can become a problem for those who do not want to talk about a problem even though the know there is a problem. You can cause a problem by not letting things recede.
We need to acquire words to describe what we come up against. Becoming feminist; finding the words. Sexism is another such word. It often arrives after the event: we look back and we can explain things that happened as sexism. To name something as sexist does not make something there that was not there before; it is a sexist idea that to describe something as sexist is to make something sexist. But naming something as "sexism" does do something. Because, after all, to name something as sexist is not only to name something that happens as part of a wider system (to refuse to give what happens the status of an exceptional event), but it is also to give an account of that something as being wrong and unjustifiable. To name something as sexist is not only to modify a relation by modifying our understanding of that relation; it is also to insist that further modification is required. When we say, "That's sexist," we are saying no to that, as well as no to the world that renders such a speech or behavior permissible; we are asking individuals to change such that these forms of speech and behavior are nog longer acceptable or permissable.
Not just individuals: the point is that individuals are encouraged and rewarded for participating in sexist culture. It might be a reward given through affirmation from peers (the egging on that allows a group to solidify over how they address others as imposters). But institutions also enable and reward sexist behavior: institutional sexism. Sexual banter is so often institutionalized. You might participate in that banter because it is costly not to participate: you become the problem, the one who is disapproving or uptight. You are treated as policing the behavior of others simply by virtue of not participating in that bevior. Not participating can be judged as disapproval whether or not you make that judgment. You are judged as taking something the wrong way when you object to something. When we give an account of something as sexist or racist, we are often dismissed as having a faulty perception, as not receiving the intentions or actions of others fairly or properly. "I didn't mean anything by it," he might say. And indeed then by taking something said or done the wrong way, not only are you wrong, but you are misunderstood as ommitting a wrong against someone else. When you talk about sexism and racism, you are heard as damaging the reputation of an individual or an organization.
When you expose a problem you pose a problem.
It might then be assumed that the problem would go away if you would just stop talking about it or if you went away. The charge of sensationalism falls rather quickly onto feminist shoulders: when she talks about sexism or racism, her story is heard as sensationalist, as if she is exaggerating for effect. The feminist killjoy begins as a sensationalist figure. It is as if the point of making her point is to cause trouble, to get in the way of the happiness of others, because of her own unhappiness.
She makes things tense.
Rolling eyes = feminist pedagogy.
We can see now how feminism is refuted or dismissed as simply a personal tendency, as if she disagrees with something because she is being disagreeable; as if she opposes something because she is being oppositional.
Feminists: looking for problems. It is as if these problems are not there until you point them out; it is as if pointing them out is what makes them there.
We become a problem when we describe a problem.
Poor him
Mean
When you question sexism and racism it is hard not to question everything.
That is another promise.
The experience of being feminist is often an experience of being out of tune with others. The note heard as out of tune is not only the note that is heard most sharply but the note that ruins the whole tune.
To be misattuned is to be out of sync with a world. Not only that: it is to experience what is in tune as violence.
If alienation is sensation, it is not then just or only the sensation of negation: of experiencing the impress of a world as violence, although it includes those feelings. Alienation is studious; you learn more about wishes when they are not what you wish for.
It is when we are not attuned, when we do not love what we are supposed to love, that things become available to us as things to ponder with, to wonder about. It might be that we do destroy things to work them out. Or it might be that working them out is perceived as destroying things.
Feminist work is often memory work.
You are taught to care for yourself by being careful about others.
Documentation is a feminist project; a life project.
Sometimes it might even seem that it is as or even more tiring to notice sexism and racism than to experience sexism and racism: after all, it is this noticing that makes things real.
In Sister Outsider, Audre Lorde describes the words racism and sexism as "grown up words". We encounter racism and sexism before we have the words that allow us to make sense of what we encounter. Words can then allow us to get closer to our experiences; words can allow us to comprehend what we experience after the event. We become retrospective witnesses of our becoming. Sexism and racism: if they are problems we have given names, the names tend to lag behind te problems.
Feminist and antiracist consciousness involves not just finding the words, but through the words, how they point, realizing how violence is directed: violence is directed toward some bodies more than others. To give a problem a name can change not only how we register an event but whether we register an event. Perhaps not having names is a way of turning away from a difficulty that persists whether or not we turn away. Not naming a problem in the hope that it will go away often means the problem just remains unnamed. At the same time, giving the problem a name does not make the problem go away. To give the problem a name can be experienced as magnifying the problem; allowing something to acquire a social and physical density by gathering up what otherwise would remain scattered experiences into a tangible thing. Making sexism and racism tangible is also a way of making them appear outside of oneself; something that can be spoken of and addressed by and with others. It can be a relief to have something to point to; otherwise you can feel alone or lost. We have different tactics for dealing with sexism and racism; and one difficulty is that these tactics can be in tension. When we give problems their names, we can become a problem for those who do not want to talk about a problem even though the know there is a problem. You can cause a problem by not letting things recede.
We need to acquire words to describe what we come up against. Becoming feminist; finding the words. Sexism is another such word. It often arrives after the event: we look back and we can explain things that happened as sexism. To name something as sexist does not make something there that was not there before; it is a sexist idea that to describe something as sexist is to make something sexist. But naming something as "sexism" does do something. Because, after all, to name something as sexist is not only to name something that happens as part of a wider system (to refuse to give what happens the status of an exceptional event), but it is also to give an account of that something as being wrong and unjustifiable. To name something as sexist is not only to modify a relation by modifying our understanding of that relation; it is also to insist that further modification is required. When we say, "That's sexist," we are saying no to that, as well as no to the world that renders such a speech or behavior permissible; we are asking individuals to change such that these forms of speech and behavior are nog longer acceptable or permissable.
Not just individuals: the point is that individuals are encouraged and rewarded for participating in sexist culture. It might be a reward given through affirmation from peers (the egging on that allows a group to solidify over how they address others as imposters). But institutions also enable and reward sexist behavior: institutional sexism. Sexual banter is so often institutionalized. You might participate in that banter because it is costly not to participate: you become the problem, the one who is disapproving or uptight. You are treated as policing the behavior of others simply by virtue of not participating in that bevior. Not participating can be judged as disapproval whether or not you make that judgment. You are judged as taking something the wrong way when you object to something. When we give an account of something as sexist or racist, we are often dismissed as having a faulty perception, as not receiving the intentions or actions of others fairly or properly. "I didn't mean anything by it," he might say. And indeed then by taking something said or done the wrong way, not only are you wrong, but you are misunderstood as ommitting a wrong against someone else. When you talk about sexism and racism, you are heard as damaging the reputation of an individual or an organization.
When you expose a problem you pose a problem.
It might then be assumed that the problem would go away if you would just stop talking about it or if you went away. The charge of sensationalism falls rather quickly onto feminist shoulders: when she talks about sexism or racism, her story is heard as sensationalist, as if she is exaggerating for effect. The feminist killjoy begins as a sensationalist figure. It is as if the point of making her point is to cause trouble, to get in the way of the happiness of others, because of her own unhappiness.
She makes things tense.
Rolling eyes = feminist pedagogy.
We can see now how feminism is refuted or dismissed as simply a personal tendency, as if she disagrees with something because she is being disagreeable; as if she opposes something because she is being oppositional.
Feminists: looking for problems. It is as if these problems are not there until you point them out; it is as if pointing them out is what makes them there.
We become a problem when we describe a problem.
Poor him
Mean
When you question sexism and racism it is hard not to question everything.
That is another promise.
The experience of being feminist is often an experience of being out of tune with others. The note heard as out of tune is not only the note that is heard most sharply but the note that ruins the whole tune.
To be misattuned is to be out of sync with a world. Not only that: it is to experience what is in tune as violence.
If alienation is sensation, it is not then just or only the sensation of negation: of experiencing the impress of a world as violence, although it includes those feelings. Alienation is studious; you learn more about wishes when they are not what you wish for.
It is when we are not attuned, when we do not love what we are supposed to love, that things become available to us as things to ponder with, to wonder about. It might be that we do destroy things to work them out. Or it might be that working them out is perceived as destroying things.
Abonneren op:
Posts (Atom)
//
quoi?
adrienne rich
ali smith
alice oswald
anne boyer
anne brontë
anne carson
annie dillard
audre lorde
catherine lacey
cees nooteboom
charlotte brontë
charlotte salomon
chimamanda ngozi adichie
chris kraus
claire vaye watkins
clarice lispector
deborah levy
durga chew-bose
elif batuman
elizabeth strout
emily brontë
ester naomi perquin
etty hillesum
f. scott fitzgerald
feminisme
fernando pessoa
helen macdonald
henri bergson
hermione lee
herta müller
jan zwicky
janet malcolm
jean rhys
jeanette winterson
jenny offill
joan didion
john berryman
joke j. hermsen
kate zambreno
katherine mansfield
katja petrowskaja
krista tippett
louise glück
maggie nelson
marcel proust
marie darrieussecq
marja pruis
mary oliver
mary ruefle
olivia laing
patricia de martelaere
paul celan
paula modersohn-becker
poetry
poëzie
rachel cusk
rainer maria rilke
raymond carver
rebecca solnit
robert macfarlane
sara ahmed
sara maitland
siri hustvedt
stefan zweig
susan sontag
svetlana alexijevitsj
sylvia plath
ta-nehisi coates
teju cole
tjitske jansen
tomas tranströmer
valeria luiselli
virginia woolf
vita sackville-west
w.g. sebald
yiyun li
zadie smith