wat te doen met het oude


wat te doen met het oude
dat zo lustig meestinkt in het nieuwe
het oude virus bemant al flink de nieuwe kleppen

hoe herken je het oude
met zijn racisme en slijm
zijn onveranderlijke bezittelijke voornaamwoord
wat is de verleden tijd van het woord haat
wat is het symptoom van ontmenselijkt bloed
van pijn die geen taal wilde worden
van pijn die geen taal kón worden

wat moet je met het oude
hoe word je jezelf tussen anderen
hoe word je heel
hoe word je vrijgemaakt in begrip
hoe maak je goed
hoe snijd je schoon
hoe ver kan de tong overhellen naar tederheid
of de wang raken aan verzoening

een punt
een lijn die zegt: van hier af aan
van dit moment af
gaat het anders klinken
want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel
bibberend van mensenkleur
nu kennen we elkaar
elkaars hoofdhuid en elkaars geur elkaars bloed
we kennen de diepste geluiden die
onze nieren maken in de nacht
langzaam worden wij elkaar
opnieuw
nieuw
en híer begint het




; een fragment uit ‘Land van genade en verdriet’ (/ de bundel Kleur komt nooit alleen, maar ook opgenomen in Waar ik jou word) van Antjie Krog (vertaald door Robert Dorsman).

moederschap/ sheila heti

in Moederschap stelt Sheila Heti's hoofdpersoon, ook schrijver, zichzelf keer op keer de vraag of ze moeder wil, of moet, worden. omdat ze snel veertig zal worden. omdat al haar vrienden plotseling kinderen krijgen, of willen krijgen. omdat ze het gevoel heeft dat ze dat moet weten.

soms weet ze zeker dat ze een kind wil. vaker weet ze zeker dat ze gelukkiger zal zijn zonder.
(maar hoe weet je dat. hoe kun je dat weten.)

omdat ze niets zeker weet heeft Heti's schrijver er moeite mee argumenten van anderen te negeren. het bewandelen van een onzichtbaar pad, waar wat er het meest toe doet nauwelijks zichtbaar is (p108), bevalt haar maar tegelijkertijd heeft ze het gevoel dat ze zichzelf moet kunnen uitleggen. het boek staat dan ook vol met vragen over wie ze zal zijn als ze geen moeder zal worden. wat doet een vrouw met haar leven als ze geen moeder hoeft te zijn? en, Hoe kan ik de afwezigheid van die ervaring uitdrukken zonder het gemis centraal te stellen? Kan ik zeggen waar zo'n leven een ervaring van is zonder het in verband te brengen met het moederschap? Kan ik zeggen wat het is in positieve zin? (p172)

het gevoel zelf een vraag te zijn & het idee hebben elders het antwoord te moeten vinden.
alsof ze niet het recht heeft om over haar eigen leven te beschikken.

*

Moederschap gaat ook over de moeder en grootmoeder van de protagonist. dit boek is misschien zelfs wel een liefdesbrief; een manier om zorg en verantwoordelijkheid te dragen voor het leed waar deze vrouwen mee hebben moeten leven; een manier om verlossing te zoeken. er zit een bepaald verdriet in het bestaan van de schrijver waar ze de vinger niet op kan leggen. ze weet soms niet waarom ze huilt. wel weet ze waar haar grootmoeder vandaan komt: uit het Europa dat zoveel joden heeft gedood. veel familieleden van haar grootouders (van haarzelf) werden door nazi's om het leven gebracht.

het komt er op neer dat ik me voorstel dat het om familieverdriet gaat.

de intentie dat leed in iets anders te transformeren wordt als volgt beschreven:

Dit wordt een boek om toekomstige tranen te voorkomen, om te voorkomen dat ik en mijn moeder ooit nog huilen. Het zal pas een succes zijn als mijn moeder het leest en voorgoed stopt met huilen. Ik weet dat het niet de taak van een kind is som zijn moeder te laten ophouden met huilen, maar ik ben geen kind meer. Ik ben schrijver. De verandering die ik heb doorgemaakt, van kind tot schrijver, geeft me zekere krachten, waarmee ik wil zeggen dat magische krachten niet ver buiten mijn bereik liggen. Als ik als schrijver goed genoeg ben, zal ik misschien kunnen voorkomen dat ze nog huilt. Misschien kom ik er wel achter waarom ze huilt, en waarom ook ik soms huil, en kan ik ons allebei met mijn woorden genezen.

~

Is aandacht hetzelfde als ziel? Als ik aandacht schenk aan mijn moeders droefheid, verleent die dan een ziel? Als ik aandacht schenk aan haar verdriet – als ik het in woorden vang, het transformeer, er iets nieuws van maak – kan ik dan zijn als de alchemisten, en lood in goud veranderen? Als ik dit boek verkoop, krijg ik er goud voor terug. Dat is een soort alchemie. De filosofen wilden donkere materie in goud veranderen, en ik wil mijn moeders verdriet in goud veranderen. Als het goud binnenrolt zal ik naar mijn moeders deur gaan, het aan haar geven en zeggen: Hier is je verdriet, veranderd in goud. (p28)

*

beide elementen – het familieverdriet, het moederschapdilemma – spelen een grote rol in het leven van de schrijver omdat de neus richting het verleden wijst: de pijn van de holocaust, de rol van de vrouw in familie en maatschappij. alle vragen en angsten en twijfels lijken een (vaak onbewuste) reactie te zijn op de (familie)geschiedenis. de relatie met dat verleden probeert de schrijver voorzichtig te verbreken; niet op een boze manier maar door uit te vogelen waar het plaats heeft genomen in het werktuig van haar denken en handelen.

ofzo.

misschien stel ik me aan maar ik denk dat we nog geen idee hebben van hoe pijn overleeft: van hoe tijd pijn meeneemt: & ik stel me voor dat Moederschap daar deels over gaat. de schrijver neemt het leed van haar moeder in handen geeft er al haar aandacht aan. Hier is je verdriet, veranderd in goud.

wabi sabi



de laatste pagina van mijn wabi-sabi for artists, designers, poets & philosophers van leonard koren 〰

i did not know intuition and repugnance counted

At eighteen I had no proper understanding of the ways that constituted encroachment. I had a feeling for them, an intuition, a sense of repugnance for some situations and some people, but I did not know intuition and repugnance counted, did not know I had a right not to like, not to have to put up with, anybody and everybody coming near. Best I could manage in those days was to hope the person concerned would hurry up and say whatever it was he or she thought they were being friendly or obliging by saying, then for them to go away; or else to go away myself, politely and quickly, the very moment I could.

Anna Burns, Milkman

miljoenen toetsen van tedere liefde

Marcel Proust over muziek/ Swanns reactie op een regel uit een sonate van de (fictieve) componist Vinteuil:

‘(..) sinds, ruim een jaar geleden, de liefde voor de muziek, die hem veel van zijn eigen zielerijkdom had leren kennen, vooreerst althans in zijn leven was gekomen, zag Swann muzikale motieven als werkelijke ideeën, uit een andere wereld, van een andere orde, ideeën versluierd in duisternis, onbekend, ondoorgrondelijk voor het verstand, maar die daarom niet minder volstrekt verscheiden zijn van elkaar, onderling van ongelijke waarde en betekenis.’

‘Hij wist dat zelfs de herinnering aan de piano het vlak waarop hij alle muziek zag nog vertekende, dat het voor de musicus openliggende veld niet een pover klavier met zeven noten is, maar een onmeetbaar klavier, nog vrijwel geheel en al onbekend, waarvan maar hier en daar, van elkaar gescheiden door een dicht, onbezocht duister, enkele van de miljoenen toetsen van tedere liefde, hartstocht, levensmoed, sereniteit, waar het uit bestaat, elk even verschillend van de andere als het ene universum van een ander universum, ontdekt zijn door enkele grote kunstenaars die ons de dienst bewijzen, door de pendant van het thema dat zij hebben gevonden in ons wakker te roepen, dat zij ons laten zie wat een rijkdom, wat een verscheidenheid zonder dat wij het weten dat grote ondoorgronde, ontmoedigende donker van onze ziel die wij aanzien voor een leegte en voor een niets in zich bergt.’

‘Swann geloofde dus niet ten onrechte dat de frase van de sonate werkelijk bestond. Weliswaar menselijk in zoverre, behoorde het zinnetje toch tot een orde van bovenaardse schepselen die wij nooit hebben gezien, maar die wij desondanks vol verrukking herkennen wanneer enige onderzoeker van het onzichtbare er een weet te vangen en mee te brengen uit de goddelijke wereld waar hij toegang toe heeft, om voor even boven de onze te schitteren. Dat was wat Vinteuil had gedaan met het zinnetje. Swann voelde dat de componist ermee had volstaan het met zijn muziekinstrumenten te onthullen, zichtbaar te maken, de lijn ervan te volgen en te eerbiedigen met een zo liefdevolle, zo omzichtige, zo zachte en zo vaste hand dat de klank ieder ogenblik anders werd, vervagend om een schaduw aan te geven, verlevendigd wanneer hij langs het spoort een gewaagdere contour moest volgen.’

Marcel Proust, De Kant van Swann (p. 445-447/ vert. Thérèse Cornips en Anneke Brassinga, 2009)

//