once upon a time there was a wicked witch

ze wist dat de wereld dol is op machtige mannen en machtige vrouwen haat. is dat waar? ja, dat is waar. [herinneringen aan de toekomst/ siri hustvedt]

andrea dworkin/ woman hating:




the shadows are really the body

als ik met een kleine afstand aan Herinneringen aan de toekomst denk (dat heeft niets met tijd te maken, meer met het plaatsen van het idee van het boek in een enorme, lege, mentale ruimte waar ik dan vervolgens buiten ga staan, om door een raam naar binnen te kijken) kan ik alleen maar zeggen dat het voelt als een spookverhaal. het is een boek van schaduwen en geesten: verhalen van vrouwen die niet zomaar verteld kunnen worden omdat er naar gegraven moet worden; het zijn verhalen die pijn doen en ongemakkelijk zijn, verhalen die vragen om problemen (oi), in principe, omdat ze al eens zijn begraven en dus niet langer actueel zijn (/ er niet langer toe doen) — het idee dat geschiedenis verleden tijd is komt ongetwijfeld bij een man vandaan want veel vrouwen weten dat vroeger niet voorbij is, dat toen nu is, en dat het allemaal met elkaar te maken heeft. trauma verdwijnt niet zomaar; het groeit in het donker, in de schaduwen.

niet langer actueel (/ er niet langer toe doen): te plaatsen in een verleden waar misogynie normaal was.
(as if.)

verhalen die niet zomaar verteld kunnen worden omdat het verhalen van vrouwen zijn. in bezwerende herhalingen verliest de tijd zijn richting, schrijft Siri Hustvedt ergens, het is een vloek maar misschien kan het ook een belofte zijn: misschien ontstaat er ooit plek boven de grond voor deze verhalen, krijgen de schaduwen het bestaan dat ze zijn verloren terug. (the shadows are really the body, Elizabeth Bishop/ ‘Insomnia’)

het is de geest van Barones Elsa von Freytag-Loringhoven (dada- en punkkunstenares) die het meeste geluid maakt in Siri Hustvedts nieuwe roman. ze is de toekomst, zei Marcel Duchamp toen de Barones nog leefde. & toen stierf ze. vele jaren na haar dood bevestigde Duchamp vermoedens dat hij het brein achter ‘Fountain’ was. het is inmiddels bekend dat hij het heeft gejat, dat de Barones het ding instuurde voor een tentoonstelling, etcetera, de rest is history his story.

de Barones waart rond 
loopt het ene verhaal uit en een ander verhaal in 
alle meisjes en vrouwen die werden beroofd van hun verstand en hun werk
de Barones is een tedere furie
toen had ik haar nodig
nog steeds heb ik haar nodig

ze wist dat de wereld dol is op machtige mannen en machtige vrouwen haat. is dat waar? ja, dat is waar. de Barones werd het verhaal uit geschreven

toen had ik haar nodig: onder vele lagen ligt het verhaal van Minnesota (nickname) verborgen, de jonge versie van S.H. die op latere leeftijd deze vertelling in elkaar schuift. ze gaat in New York wonen, wil een boek schrijven. ze komt naast een verhaal te wonen, verzint een verhaal naast dat verhaal, beleeft zelf een verhaal, en schrijft een verhaal: stuk voor stuk unieke verhalen. maar, het ene verhaal wordt een ander verhaal, blijft Hustvedt herhalen. keer op keer wordt de vrouw uit haar eigen verhaal verdrongen. 

de vergetenen, de uit-het-verhaal-verdrongenen, de verstomden, de verstikten, de verkrachten, de geslagenen, de vermoorden. niet-meer, te-laat, vaarwel

Minnesota maakt iets mee dat S.H. dit verhaal laat schrijven. ze vindt oude notitieboeken, denkt na over haar eerste jaren in de grote stad, probeert te achterhalen waar de misselijkheid vandaan komt die ontstaat bij bepaalde woorden, frases, handelingen. het begon op jonge leeftijd, beseft ze.
herinneringen, aan haar vader die haar geen dokter maar verpleegster ziet worden.
haar vader die geen aangifte doet als hij een vrouw moet behandelen die om een of andere reden op de grond zit met een schoot vol bloed.
een vriendje dat geen vrouwen leest en graag naar de foto ‘Marteling van honderd stukken’ uit Batailles De tranen van Eros kijkt.
een man die geen betekenis vindt in de woorden die ze uitspreekt en haar tegen haar boekenkast gooit.

etcetera;

kap me alsjeblieft niet steeds af.
grijp alsjeblieft niet mijn arm beet.
ga alsjeblieft weg.
noem me alsjeblieft geen meisje.
alsjeblieft, nee.

alsjeblieft.

je moet het netjes vragen, beleefd vragen. je moet glimlachen, en je moet vooral niet te veel opvallen. 

*

haar jongere zelf als spook.
hij rende voor haar uit die toekomst in en draaide de deur achter zich op slot
de Barones waart rond

de schaduwen zijn het lichaam. de verhalen zijn het lichaam. schaduwen zijn verhalen over het lichaam. het lichaam is het verhaal. het lichaam dat opslaat wat het meemaakt, leert wat het betekent in relatie tot andere lichamen, wat het waard is naast andere lichamen.

een verhaal als lichaam, een boek als lichaam. een boek als protest. ruimte innemen.

ik kan dit boek niet de bespreking geven die het verdient. het is duizelingwekkend. en krachtig. krachtig omdat ieder verhaal inderdaad een ander verhaal wordt, en omdat er daarom niets tegenin te brengen valt. de verhalen (/ vrouwen) houden elkaar staande. je zou kunnen zeggen dat Herinneringen aan de toekomst een geschiedenis van/ over vrouwen(levens) is. het ene verhaal wordt een ander verhaal (terwijl het ook zichzelf blijft) omdat er geen eind aan lijkt te komen, omdat er niets lijkt te veranderen.

(jawel er veranderen wel degelijk dingen. maar niet alles, niet genoeg, & niet snel genoeg. etcetera.)

*

+ schuingedrukte zinnen komen uit Hustvedts roman, tenzij anders aangegeven. het boek is voor vertaald door Caroline Meijer en Jeske van der Velden.
+ When will the art world recognise the real artist behind Duchamp's Fountain? | Siri Hustvedt

diepe tijd

De ‘diepe tijd’ is de tijdrekening van de benedenwereld. De diepe tijd is de duizelingwekkende uitgestrektheid van de geschiedenis van de aarde, die ver voorbij ons eigen tijdsgewricht reikt. De diepe tijd wordt gemeten in eenheden waarbij de geschiedenis van de mensheid in het niet valt: tijdvakken en eonen in plaats van minuten en jaren. De diepe tijd wordt bijgehouden door steen, ijs, stalactieten, afzettingen op de zeebodem en het verschuiven van tektonische platen. De diepe tijd strekt zich uit in zowel de toekomst als het verleden. Over ongeveer vijf miljard jaar, wanneer de brandstof van de zon op is, zal de aarde in duisternis gehuld worden. We staan met onze tenen, en met onze hielen, op een rand.

—Benedenwereld. Reizen in de diepe tijd, Robert Macfarlane (vert. Nico Groen & Jan Willem Reitsma)

het verleden is geen plaats

Als het verleden geen plaats is die we kunnen bezoeken, dan is het peuren naar waarheden daaruit het persen van niets uit niets. Nee, het verleden is geen plaats. En als het verleden niet bestaat behalve in machinaties van de theoretische natuurkunde en in sciencefiction, wat blijft ons dan nog over? Moet ik stellen dat alles wat beklijft veranderlijke mentale beelden zijn in de hoofden van mensen die met hen verdwijnen wanneer ze sterven, en historische documenten, eindeloze reeksen boeken vol woorden en cijfers?

—Siri Hustvedt, Herinneringen aan de toekomst (vert. Caroline Meijer & Jeske van der Velden)

258

(..)
It's me, isn't that right? I'm what I knew. Acts came from me—this me?
I did not do those things; I only watched, watched myself act, react.
Emotion isn't really what I felt. Reasoning was quaintly
of use like a superficial tool. Living, one is so detached.
(..)


 Alice Notley, ‘Voices’, uit Certain Magical Acts

ports of refuge

Ms. [Krista] Tippett: [..] You speak of Tomas Tranströmer, Swedish poet who’s one of your “ports of refuge.” [..] you said something.. I'm always interested in how people describe what poetry works in us and of him you said the poems remember us and if we are perfectly still, give us a chance to catch sight of ourselves. Can you say a little bit about him — just, this person?

Mr. [Teju] Cole: I’m going to go back to a word I used earlier, which is how much help we need. We sometimes think of culture as something we go out there and consume. And this especially happens around clever people, smart people — “Have you read this? Did you check out that review? Do you know this poet? What about this other poet?” Blah blah blah. And we have these checkmarks — “I read 50 books last year” — and everybody wants to be smart and keep up. I find that I’m less and less interested in that, and more and more interested in what can help me and what can jolt me awake. Very often, what can jolt me awake is stuff that is written not for noonday but for the middle of the night. And that has to do with — again, with the concentration of energies in it.

Tomas Tranströmer, the Swedish poet, who died — can’t remember; maybe 2013 he died. He seemed to have unusual access to this membrane between this world and some other world that, as Paul Éluard said, is also in this one. Tranströmer, in his poetry, keeps slipping into that space.

In any case, I just found his work precisely the kind of thing I wanted to read in the silence of the middle of the night and feel myself escaping my body in a way that I become pure spirit, in a way. I remember when he won the Nobel Prize, which was in 2011. We live in an age of opinion, and people always have opinions, especially about things they know nothing about. So people who were hearing about Tranströmer for the first time that morning were very grandly opining that his collected works come to maybe 250 pages, that how could he possibly get the Nobel Prize for that slender body of work? — which, of course, was missing the fact that each of these pages was a searing of the consciousness that was only achieved at by great struggle. I think the best thing to compare him to is the great Japanese poets of haiku, like Kobayashi or Basho.

On Being met Teju Cole: Sitting Together in the Dark

//

abonneer

Blogarchief