uit Namens de ander:
ONDERZOEK
Wilt u rusten overdag en 's nachts een man gelukkig maken?
Voelt u zich neerslachtig bij het idee van lavendel?
Heeft u wel eens een hotel bedacht?
Haal door: ik ben geen vrouw / ik ben een domme vrouw.
Ik heb in de afgelopen jaren minimaal zes keer
spijt gehad. Aan mijn vingertoppen kleeft
bij voorkeur: bladgoud, verf, tomatensap.
U past in een koffer. Als u niet in een koffer past
hoe zou u uzelf dan omschrijven? Hoe lang
heeft u last van overgewicht? Hoe vaak?
Als u van een brug springt zult u toch proberen:
A) uzelf aan te wijzen op een kaart
B) steeds verder weg te drijven
C) halverwege om te keren
Stel, uw ziekte is een dier. Bij gezondheid telt de vraag
voor twee. Welk dier is uw ziekte bij voorkeur niet?
Let op: de slechte dagen dienen meegeteld.
Bent u banger voor de uitslag dan voorheen?
Schrijf op wie volgens u de vragen stelt.
Posts tonen met het label ester naomi perquin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ester naomi perquin. Alle posts tonen
een troost/ poëzie
Mocht het helpen: we bestaan massaal niet. Kijk naar zomers
die nooit overgaan, roestvrijstalen keukenmessen, daarnaast
bewegen we getalenteerd, feilloos in het niet-bestaan.
Er is geen sprake van, dat valt eenvoudig aan te tonen.
Wij hebben A) geen tijd en B) geen materiaal.
We leven tussen de bepaling van een plaats
en een gedachte.
De duur hiervan is puur geluk. We zijn gemaakt, we
vielen te verwachten. In deze tuin, achter de ramen,
woekert de klimplant, pikken veren driftig
beestjes van een bast, zwelt het fruit.
En wij bestaan niet, kunnen bewijzen niet te bestaan.
De boom, de zee, de roos – elk woord dat past
loopt uit, hervormt zich mettertijd.
Wat groeit, groeit roekeloos.
Wij kennen de plaats noch de gedachte, zijn
het mooiste godsbewijs: in onze ogen
zie je de lengte van dagen,
in onze kamers de afwezigheid.
__
Ester Naomi Perquin, ‘Een troost’, uit Meervoudig afwezig
die nooit overgaan, roestvrijstalen keukenmessen, daarnaast
bewegen we getalenteerd, feilloos in het niet-bestaan.
Er is geen sprake van, dat valt eenvoudig aan te tonen.
Wij hebben A) geen tijd en B) geen materiaal.
We leven tussen de bepaling van een plaats
en een gedachte.
De duur hiervan is puur geluk. We zijn gemaakt, we
vielen te verwachten. In deze tuin, achter de ramen,
woekert de klimplant, pikken veren driftig
beestjes van een bast, zwelt het fruit.
En wij bestaan niet, kunnen bewijzen niet te bestaan.
De boom, de zee, de roos – elk woord dat past
loopt uit, hervormt zich mettertijd.
Wat groeit, groeit roekeloos.
Wij kennen de plaats noch de gedachte, zijn
het mooiste godsbewijs: in onze ogen
zie je de lengte van dagen,
in onze kamers de afwezigheid.
__
Ester Naomi Perquin, ‘Een troost’, uit Meervoudig afwezig
‘lege’ plekken
‘Ik denk aan het strand waar ik een paar dagen geleden nog was. Het was er bitter koud. De horizon was beeldvullend, de lucht bedekte de hele bovenzijde en onder mijn voeten lag het zand, zo ver je maar kon zien. De wind sprong er tegen me op en beet in mijn wangen. Er waren wandelaars met stoomwolken om zich heen en verstrengelde paren met uniseks mutsen. Een voortgeblazen voetbal. Een hond die naar schuimflarden hapte. Een afscheidskus in de duinen. Soms is ruimte het beste bouwwerk dat je kunt neerzetten. Vooral in een dichtbevolkt land. Uitgestrektheid die voortdurend het toeval omlijst: een plein, een doodlopende steeg, een grasveld. Een strand. Alles gebeurt daar omdat er niets is voorgeschreven: het zijn tijdloze, beloftevolle plekken.
Eigenlijk heeft me dat nog het meest verbaasd aan die discussie over de bouwregels voor de Nederlandse kust: dat er zowel onder voor- als tegenstanders mensen waren die zo'n plek als 'leeg' bestempelden. Als in te vullen ruimte: een vel papier waarop je iets kunt tekenen. Of juist niet. Maar wie op die manier kijkt heeft iets prachtigs gemist: dat wat er is.’
Uit ‘De vrouw die niet van leegte houdt’, een column van Ester Naomi Perquin.
Eigenlijk heeft me dat nog het meest verbaasd aan die discussie over de bouwregels voor de Nederlandse kust: dat er zowel onder voor- als tegenstanders mensen waren die zo'n plek als 'leeg' bestempelden. Als in te vullen ruimte: een vel papier waarop je iets kunt tekenen. Of juist niet. Maar wie op die manier kijkt heeft iets prachtigs gemist: dat wat er is.’
Uit ‘De vrouw die niet van leegte houdt’, een column van Ester Naomi Perquin.
Abonneren op:
Posts (Atom)
//
quoi?
ada limón
adrienne rich
ali smith
alice notley
alice oswald
anne boyer
anne brontë
anne carson
anne truitt
anne vegter
annie dillard
antjie krog
audre lorde
bhanu kapil
carry van bruggen
catherine lacey
cees nooteboom
charlotte brontë
charlotte salomon
chimamanda ngozi adichie
chris kraus
christa wolf
claire messud
claire vaye watkins
clarice lispector
david whyte
deborah levy
durga chew-bose
elif batuman
elizabeth strout
emily brontë
emily dickinson
emily ruskovich
ester naomi perquin
etty hillesum
f. scott fitzgerald
feminisme
fernando pessoa
han kang
helen macdonald
henri bergson
henry david thoreau
hermione lee
herta müller
jan zwicky
janet malcolm
jean rhys
jeanette winterson
jenny offill
jessa crispin
joan didion
john berryman
joke j. hermsen
josefine klougart
kate zambreno
katherine mansfield
kathleen jamie
katja petrowskaja
krista tippett
layli long soldier
leonard koren
leonora carrington
leslie jamison
louise glück
maggie anderson
maggie nelson
marcel proust
margaret atwood
marie darrieussecq
marie howe
marja pruis
mary oliver
mary ruefle
maría gainza
neil astley
olivia laing
patricia de martelaere
paul celan
paula modersohn-becker
poetry
poëzie
rachel cusk
rainer maria rilke
raymond carver
rebecca solnit
robert macfarlane
sara ahmed
sara maitland
seamus heaney
siri hustvedt
stefan zweig
susan sontag
svetlana alexijevitsj
sylvia plath
ta-nehisi coates
teju cole
terry tempest williams
tess gallagher
tjitske jansen
tomas tranströmer
tracy k. smith
valeria luiselli
virginia woolf
vita sackville-west
w.g. sebald
yiyun li
zadie smith