maandag 21 april 2014

privé- versus openbaar bezit

‘Mensen vertellen in feite niet meer over hun privéleven maar zij adopteren woorden en beelden van anderen en via dezelfde gemeenplaatsen gaan zij verder. Wanneer je je eenmaal een dergelijke taal hebt eigen gemaakt, is het niet zo moeilijk meer om privébekentenissen te doen. Je weet immers dat wanneer je je zus en zo presenteert, jou niets kan overkomen.

Sterker nog, wanneer je eenmaal de vrij uitgeholde taal van allemaal gaat spreken, zeg je in feite niks meer. Laat staan dat je nog iets openbaart wat privé is. Je zou niet eens meer weten wat dat is, wat nu eigenlijk bij jou hoort, en wat in wezen bij die ander.’

Uit Een makelaar in Pruisen van Nicole Montagne.

dinsdag 8 april 2014

dagdieverij

‘(..) thinking is generally thought of as doing nothing in a production-oriënted culture, and doing nothing is hard to do. It's best done by disguising it as doing something, and the something closest to doing nothing is walking.’ (Wanderlust, Rebecca Solnit; p. 5)

‘Dagdief is een woord waarop je flink kunt door associëren. Heeft de dagdief bijvoorbeeld iets van de negentiende-eeuwse flaneur? Mij lijkt van wel. Flaneren is ogenschijnlijk niks doen en daarmee stukken aan de dag ontfutselen, net zo lang totdat je de hele dag ontfutseld hebt. Vreemd, niet? Want aan wie of wat ontfutsel je nu eigenlijk die dag? Aan jezelf, in de zin van: ik had mijn tijd beter kunnen besteden? Misschien. Laten we echter niet vergeten dat de dagdief dit ‘nietsdoen’ een excellente besteding van zijn tijd vindt. Ontfutselt hij de dag dan aan de lopende week, aan de lopende maand, aan het lopende jaar? Moet je de tijd in dit geval als iets algemeens beschouwen, of eerder als je eigen levenstijd? Wanneer het je eigen levenstijd betreft, ontfutsel je iets aan jezelf. Maar je kunt niet je eigen dief zijn. Dus je steelt iets wat jou in wezen toebehoort.’ (Een makelaar in Pruisen, Nicole Montagne; p. 12)