mid-year booklist

Ik las in zeer korte tijd twee boeken waar ik nogal van onder de indruk ben: Hot Milk van Deborah Levy, en My Name is Lucy Barton van Elizabeth Strout. Als boeken me overvallen zoals deze twee dat deden, heb ik allereerst de neiging om iedereen die boeken in de hand te drukken; in tweede instantie trek ik de boeken mee terug in mijzelf en wil ik achterhalen wat ze tegen me zeggen. (Het is alsof ze veel geluid (/herrie) maken, vanbinnen. Ik begrijp niet waar die klanken vandaan komen. Zoiets.)

(Overigens maakte Strouts boek zoveel indruk op dat ik direct Olive Kitteridge en Anything is possible bestelde. Olive Kitteridge lees ik nu.)

Kortom: ik ben nu aan het nadenken over deze boeken en heb daarom niet de neiging over iets anders te schrijven. Ook niet hier. Radiostilte. & toen kwam ik ergens een ‘mid-year booklist’ tegen en dacht ik: hier kan ik wel iets mee. Iets, being: iets over wat ik tot nu toe gelezen heb. Of misschien gewoon een aantal aanraders.

*

Gelezen en het meest bijgebleven:

Contouren en Transit van Rachel Cusk
Book of Mutter van Kate Zambreno
Hier zijn is heerlijk van Marie Darrieussecq
Garments Against Women van Anne Boyer

& het gedicht Mutable earth van Louise Glück.

*

In Rachel Cusk romans Contouren en Transit gebeurt weinig: het is een boek vol observaties en herinneringen en interpretaties en ideeën. Haar personages zijn eigenaardig maar op die manier waarop we allemaal eigenaardig zijn: heel begrijpelijk als je luistert naar het verhaal dat verteld kan worden. Cusks boeken bestaan dan ook vooral uit ervaringen die in context worden geplaatst, achteraf, door de eigenaar van de herinneringen. Er wordt, kortom, een verhaal gemaakt. De verhalen bestaan uit momenten die herinnerd worden: de verhalen (/levens) zouden wellicht een ander karakter hebben als men zich andere momenten zou herinneren. Waarom juist deze momenten? Waarom dit verhaal? (Dat is in ieder geval wat ik nu bedenk /mijn herinneringen.)

Om een idee te krijgen van Cusks taal:

‘Ook ik zag in alles om me heen steeds meer mijn eigen angsten en verlangens, zag andermans leven steeds vaker als een commentaar op mijn eigen leven. Kijkend naar het gezin op de boot zag ik wat ik niet meer had: iets wat er niet was, met andere woorden. Die mensen gingen volledig op in het moment, en al keek ik ernaar, ik kon er evenmin naar terug als dat ik over het water kon lopen dat ons scheidde. Welk van die twee manieren van leven – opgaan in het moment of erbuiten staan – was echter?’ (Contouren, p. 67)

‘De laatste tijd had ik nagedacht over het kwaad, vervolgde ik, en ik was gaan beseffen dat het kwaad niet voorkwam uit wilskracht maar uit de tegenhanger daarvan: overgave.’ (Transit, p. 166)

*

Book of Mutter, Kate Zambreno. Semiotext(e) 2017/ p. 131
Kate Zambreno werkte dertien jaar aan Book of Mutter. Het is een reactie op de dood van haar moeder, en gaat dus over het geweld van rouw, en herinneringen, en lege ruimte. Ze komt er achter dat ze haar moeder niet zo goed kende. Nee, dat zeg ik verkeerd — ze kende haar moeder, maar niet de persoon die haar moeder was zonder kinderen; de persoon achter de schermen.

Book of Mutter is heel bijzonder.
Ik weet er niet veel meer over te zeggen. Een paar zinnen:

‘What does it mean to write what is not there. To write absence.’ (p. 51)

‘I study this photograph. Her tweezed eyebrows are uneven. Yet so manicured and put together. I recognize that about my mother.
I put my ear to the glossy image but no sound comes out.’ (p. 66)

‘How and why to take out the cherished, the sentimental, these protestations of innocence, that which you hold onto too fiercely?’ (p. 85)

‘Writing is how I attempt to repair myself, stitching back former selves, sentences. When I am brave enough I am never brave enough I unravel the tapestry of my life, my childhood.’ (p. 103)

*

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

//

quoi?

ada limón adrienne rich alejandro zambra aleksandar hemon ali smith alice notley alice oswald andré aciman andrea dworkin andrea wulf anna burns anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde ben lerner bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë erwin mortier ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonora carrington leslie jamison louise glück maggie nelson marcel proust maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker piet oudolf poëzie rachel cusk rainer maria rilke rebecca solnit robert macfarlane robert walser robin wall kimmerer sara ahmed sara maitland siri hustvedt stefan zweig sue lloyd-roberts susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tjitske jansen tomas tranströmer valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

abonneer

Blogarchief