het uur van de ster

‘Alles op de wereld begon met een ja. Een molecuul zei ja tegen een andere molecuul en het leven ontstond. Maar voor de prehistorie was er de prehistorie van de prehistorie en was er het nooit en was er het ja. Die zijn er altijd geweest. Ik weet niet hoe of wat, maar ik weet dat het universum nooit is begonnen.’ (p. 9)

‘Denken is een daad. Voelen is een feit. Dat samen – ben ik die schrijf wat ik aan het schrijven ben. (..) De waarheid is altijd een innerlijk en onverklaarbaar contact. Mijn meest ware leven is onherkenbaar, door en door innerlijk en er is geen enkel woord dat het kan duiden.’ (p. 9)

‘Wie heeft zich nooit eens afgevraagd: ben ik een monster of is dit mens zijn?’ (p. 15)

‘Was ze voor haar geboorte een idee? Was ze voor haar geboorte dood?’ (p. 33)

‘(..) hoe moeilijk haar bestaan ook was, ze wilde niet van zichzelf beroofd worden, ze wilde zichzelf zijn.’ (p. 39)

‘(..) wie heeft de wereld van de mensen georganiseerd?’ (p. 43)

‘Als je erover nadenkt: wie is geen toevalligheid in dit leven?’ (p. 45)

_
Uit Het uur van de ster, Clarice Lispector (vert. Adri Boon, Arbeiderspers 2017).

2 opmerkingen:

  1. Ik heb op reis een Engelstalige bundeling kortverhalen van haar gekocht. Voor zover ik kan zien, verscheen iets gelijkaardigs nog niet in het Nederlands. Ik was meteen betoverd door haar schommelende, Woolf-achtige stijl. Thuis ging ik meteen naar de boekhandel om haar kronieken in huis te halen. Ineens is ze daar, Clarice Lispector. Een naam die ik een jaar geleden nooit eerder had gehoord.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. ja ze was plotseling overal. ik bleef haar overal tegenkomen (instagram/ tumblr) & heb direct near to the wild heart (hier een fragment) gelezen. haar kronieken vind ik trouwens niet altijd even interessant, ik heb het halverwege aan de kant gelegd omdat het me irriteerde (lispector heeft een vreemde fascinatie voor eieren/ kippen)..

      Verwijderen

//

quoi?

ada limón adrienne rich alejandro zambra aleksandar hemon ali smith alice notley alice oswald andré aciman andrea dworkin andrea wulf anna burns anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde ben lerner bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë erwin mortier ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonora carrington leslie jamison louise glück maggie nelson marcel proust maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker piet oudolf poëzie rachel cusk rainer maria rilke rebecca solnit robert macfarlane robert walser robin wall kimmerer sara ahmed sara maitland siri hustvedt stefan zweig sue lloyd-roberts susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tjitske jansen tomas tranströmer valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

abonneer

Blogarchief