dinsdag 2 oktober 2012

de prachtige onverschilligheid

Er zit een vlieg in mijn boek. Platgedrukt, per ongeluk. Het is perfect plat; ik zie zijn vleugels, zijn pootjes, zijn sprieten. Ik las het boek op Vlieland. De prachtige onverschilligheid. Toevallig heeft het beestje zich tussen de pagina's van het verhaal Bijen geplaatst. Soort zoekt soort, zelfs in de vreemdste situaties. Misschien.

De prachtige onverschilligheid is donker. Expres, want Hall duikt de donkere hoeken in, de peilloze diepten. Er komen problemen in voor die simpel op te lossen, maar lastig te plaatsen zijn. Wat is van wie, wie heeft de verantwoordelijkheid, bestaat dat überhaupt wel, verantwoordelijkheid? Waar begon het, ooit, en waar zijn de grenzen, nu? Waar is de afgrond? Er wordt veel verstopt.

Zo is er bijvoorbeeld het titelverhaal. Een onduidelijke situatie, want: de hoofdpersoon laat bijna niets los. Wel: ze is schrijfster, en ze haat boeken:

‘Om eerlijk te zijn had ze een hekel aan boeken. Ze voelde een merkwaardige onrust als ze er een opensloeg. Dat was al zo sinds haar jeugd. Ze wist niet waarom. Iets in de handeling zelf, de onderdompeling, de afzondering, was verontrustend. Lezen was een bevestiging van je alleen-zijn, je afgezonderd-zijn, je gevangenschap. Boeken waren een soort kerkers. Haar voorkeur ging uit naar gezelschap, de tastbare wereld, atomen.’ (p. 46)

Details zijn aanwijzingen. Het is niet zozeer het begin van het mysterie, eerder brandstof. Je voelt dat er iets groots weg wordt gelaten, maar je twijfelt of de hoofdpersoon zelf wel vat heeft op haar situatie. Mijn hoofd begint dan harder te werken. En dan, aan het einde, zijn er ineens ideeën. Enkel dat, want waar houdt het op? Zo'n stilte kwam ik in ieder verhaal tegen. De stilte voor zo'n storm. De verschillende stemmen in de verhalen zijn iel en ergens, het kan niet anders, ooit zal er iets breken. Een relevatie die breekt of sterker maakt. Hall stopt daar haar verhalen. Het werken van mijn hoofd stopt nooit. Alles vindt een plekje, misschien wel in zo'n donker hoekje, en steekt zo nu en dan de kop op.

De kunst van het weglaten. Veel mensen zeggen te veel. Er worden te veel woorden gebruikt, ook in fictie. Het Korte Verhaal is voor de schrijver die zuinig is met woorden, en weet wanneer er te veel wordt gedeeld. Sarah Hall kan dit. De korte, directe zinnen, volmaakte zinnen, hielden mij vast vanaf het eerste woord van het eerste verhaal. De eerlijkheid, en eigenlijk de ruwe realiteit van het leven van de hoofdpersonen, is ontwapenend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen