poëzie/ mary oliver

uit A Thousand Mornings:



THE MOCKINGBIRD

All summer
the mockingbird
in his pearl-gray coat
and his white-windowed wings

flies
from the hedge to the top of the pine
and begins to sing, but it's neither
lilting nor lovely,

for the is the thief of other sounds—
whistles and truck brakes and dry hinges
plus all the songs
of other birds in his neighborhood;

mimicking and elaborating,
he sings with humor and bravado,
so I have to wait a long time
for the softer voice of his own life

to come through. He begins
by giving up all his usual flutter
and settling down on the pine's forelock
then looking around

as though to make sure he's alone;
then he slaps each wing against his breast,
where his heart is,
and, copying nothing, begins

easing into it
as though it was not half so easy
as rollicking,
as though his subject now

was his true self,
which of course was as dark and secret
as anyone else's,
and it was too hard—

perhaps you understand—
to speak or sing it
to anything or anyone
but the sky.

ze kwam uit marioepol

wat is er toch zo aantrekkelijk aan verwoesting?

ik haat dat idee. en ‘aantrekkelijk’ is een heel fout woord in deze context. maar ik kan er niet omheen: de Tweede Wereldoorlog, de Sovjet Unie, het communisme; Hitler en Stalin – het blijft me fascineren. en ik ben niet de enige die er over blijft lezen.

datzelfde geldt overigens voor de junta in Argentintië en Chili, de Rode Khmer van Pol Pot, Ceaușescu in Roemenië, de (post-)Joegoslavische oorlog, Irak en Syrië en Afrika, de Apartheid in Zuid-Afrika, de slavernij, rassenscheiding en het racisme in Amerika, (Europees) kolonialisme, (&c.);

It interests me how we find ways to feel superior to another person, another group of people. It happens everywhere, and all the time. Whatever we call it, I think it’s the lowest part of who we are, this need to find someone else to put down. (Elizabeth Strout, My Name is Lucy Barton)

; het houdt me bezig.

*

nog even terug naar dat woord ‘aantrekkelijk’: ja, het is een afschuwelijk woord. maar het doet me denken aan afstand dus ik laat het staan. afstand, als: zo gelukkig niet te zijn geboren in dergelijke omstandigheden.

waarom kijkt iemand vrijwillig naar verwoesting. ik weet het niet.

*

Natascha Wodins boek Ze kwam uit Marioepol sloeg over me heen. in het eerste deel vertelt Wodin over het begin van haar zoektocht. ze had weinig hoop iets te vinden over het verleden van de moeder die een rivier als uitgang koos, omdat ze al eerder had gezocht en nooit iets had gevonden, maar nu, plotseling en als een wonder: meer feiten rondom de naam van haar moeder.

Jevgenia Jakovlevna Ivasjtsjenko werd in 1920 in Marieopol geboren. ze stierf in 1955.
haar jaren bestonden uit honger, armoede, eenzaamheid, angst en uitputting.

Wodin had geen idee van wat haar moeder bedoelde als ze (keer op keer) zei dat haar dochter geen idee had van wat zijn allemaal had gezien, en meegemaakt.
haar moeder: een schaduw.

Wodin leert over voorouders en gezinsleden maar haar moeder blijft op de achtergrond. de memoires die Jevgenia’s zus, Lidia, aan het eind van haar leven heeft geschreven biedt inzicht in het gezinsleven, maar het brengt Wodins moeder niet veel dichterbij: Lidia gaat in Odessa studeren als Jevgenia pas acht is.

ik wil niet te veel vertellen over wat Wodin ontdekt: ik zei dat haar boek over me heen sloeg en dat heeft deels te maken met de enorme hoeveelheid informatie die haar binnen korte tijd bereikt en haar deed tollen: mij deed tollen.

*

wat indruk wekt is dat Wodin zonder veel concrete feiten toch een heel aannemelijk beeld van haar moeders leven weet te schetsen. door al die boeken die ze heeft kunnen lezen: getuigenissen van dwangarbeiders, mensen die net als haar moeder lang in werkkampen hebben moeten leven. die verhalen: het verhaal dat Wodin uiteindelijk in een kader plaatst om iets te weten te kunnen komen over het leven dat haar moeder heeft gebroken: die verhalen gaan in je lijf zitten. het drong al snel tot me door dat ik te veel niet weet. ik had nooit nagedacht over het feit dat mensen in de Sovjet Unie mee moesten bewegen met de tijd en dat ze altijd verliezer zouden zijn, welke kant ze ook 'kozen'. en ja, kozen tussen haakjes: want het was een kwestie van overleven. ik had te weinig besef van de horror; van het leven dat men moest leven om te blijven leven.

Wodin zal nooit veel meer te weten komen over haar moeder, en dat is een tragische conclusie. nog tragischer is de idee dat Jevgenia Jakovlevna Ivasjtsjenko zonder twijfel een van de heel velen is die ‘als afval is achtergelaten’. dat staat op de achterkant van het boek, als afval achtergelaten. door de geschiedenis, beweert de uitgever, maar eigenlijk ‘gewoon’ door haar soortgenoten: door haar medemensen.

we doen elkaar nogal wat aan, wij mensen.

honger

ik vind het lastig om over Roxane Gay's Honger te schrijven. ik ben blij dat het boek bestaat maar ik vind het eigenlijk niet zo goed.

Roxane Gay maakte op heel jonge leeftijd iets mee dat haar leven heeft gebroken. volledig. ze is nu dik omdat haar geest het trauma destijds niet kon dragen. daar is met de jaren verandering in gekomen maar omdat Gay in haar jeugd niet om hulp durfde te vragen moest ze een andere manier vinden om te overleven. ze bedacht dat ze veiliger zou zijn als haar lichaam minder aantrekkelijk zou zijn voor het mannelijk oog, en dus begon ze te eten. het bracht haar ook troost: voor even. en dus was het nooit genoeg.

ik zei dat ik het boek niet heel goed vind maar dat is niet helemaal waar. Gay beschrijft bijvoorbeeld hoe haar familie op haar steeds groter wordende lijf reageert en dat zijn pijnlijke verhalen: mensen maken zich alleen zorgen om haar lichaam: om dat wat ze zien veranderen: om dat wat ze zien. Gay bracht veel tijd door op kostscholen en als ze dan thuis kwam tijdens vakanties bracht haar verschijning zonder uitzondering een schokreactie teweeg. zomervakanties moest ze doorbrengen op afslankkampen. iedereen probeerde haar aldoor tips te geven. probeert haar nog altijd tips te geven. alsof ze daar om smeekt. alsof ze zelf niet weet hoeveel ruimte haar lijf inneemt. alsof ze zelf nooit heeft nagedacht over haar voeding of beweging of, alles; alsof ze achterlijk is. Gay geeft keer op keer aan: mensen met (veel) overgewicht worden behandeld alsof ze niet in de gaten hebben dat ze niet aan de norm voldoen, en alsof ze niet volledig mens zijn ómdat ze niet aan die norm voldoen.

de norm being (voor vrouwen): slank, mooi, wit, heteroseksueel, stil, klein.
onzichtbaar, onopvallend.

Honger zit vol trauma; de gevolgen van een moment of een paar momenten voor de rest van een leven. op goodreads zijn onuitstaanbare reacties te lezen: mensen zeuren over Gay's obsessie voor lijven, sportende lijven, gezonde lijven. wederom denkt men dat Gay er niets van begrijpt maar zij zijn het die iets niet begrijpen: dat Gay met meer worstelt dat zij weten. good for them, maar het is een misverstand dat mij dwars zit. & het illustreert het probleem dat ik heb met dit boek: dat Gay de thema's waar ze omheen beweegt eigenlijk weinig tot niet uitdiept. dat is enigszins ironisch aangezien ze vanwege haar omvang regelmatig wordt behandeld als een geesteloos, levenloos object: iets dat zich niets aantrekt van de 'regels' en dus ook niet volgens de 'regels' benaderd hoeft te worden. Gay is meer dan haar lichaam, en haar trauma is meer dan alleen haar lijf, toch voelt het alsof ze vooral heeft geschreven over haar zichtbare leven, haar zichtbare problemen. het voelt alsof ze zichzelf uitlegt; verantwoording aflegt. misschien is ze nog niet in staat op een andere manier over haar leven te schrijven; misschien is dat nooit haar bedoeling geweest. trauma is ingewikkeld, en ongetwijfeld moeilijk te verwoorden, maar ik heb het gevoel dat er te veel onbeschreven blijft. ik heb het niet over details. ik heb het over de innerlijke kronkels en grotten die door trauma worden gevormd. denk ik. ik weet het niet. ik dacht dat Roxane Gay een meer beschouwende schrijver was; dat viel tegen.

(desondanks ben ik, zoals ik al zei, blij dat het boek bestaat.)

(als boeken me tegenvallen bekruipt me vaak het gevoel dat ik er niets van heb begrepen.
wie weet.
toch is dit wat ik van dit boek vind.)

wat te doen met het oude


wat te doen met het oude
dat zo lustig meestinkt in het nieuwe
het oude virus bemant al flink de nieuwe kleppen

hoe herken je het oude
met zijn racisme en slijm
zijn onveranderlijke bezittelijke voornaamwoord
wat is de verleden tijd van het woord haat
wat is het symptoom van ontmenselijkt bloed
van pijn die geen taal wilde worden
van pijn die geen taal kón worden

wat moet je met het oude
hoe word je jezelf tussen anderen
hoe word je heel
hoe word je vrijgemaakt in begrip
hoe maak je goed
hoe snijd je schoon
hoe ver kan de tong overhellen naar tederheid
of de wang raken aan verzoening

een punt
een lijn die zegt: van hier af aan
van dit moment af
gaat het anders klinken
want al onze woorden liggen naast elkaar op de tafel
bibberend van mensenkleur
nu kennen we elkaar
elkaars hoofdhuid en elkaars geur elkaars bloed
we kennen de diepste geluiden die
onze nieren maken in de nacht
langzaam worden wij elkaar
opnieuw
nieuw
en híer begint het




; een fragment uit ‘Land van genade en verdriet’ (/ de bundel Kleur komt nooit alleen, maar ook opgenomen in Waar ik jou word) van Antjie Krog (vertaald door Robert Dorsman).

moederschap/ sheila heti

in Moederschap stelt Sheila Heti's hoofdpersoon, ook schrijver, zichzelf keer op keer de vraag of ze moeder wil, of moet, worden. omdat ze snel veertig zal worden. omdat al haar vrienden plotseling kinderen krijgen, of willen krijgen. omdat ze het gevoel heeft dat ze dat moet weten.

soms weet ze zeker dat ze een kind wil. vaker weet ze zeker dat ze gelukkiger zal zijn zonder.
(maar hoe weet je dat. hoe kun je dat weten.)

omdat ze niets zeker weet heeft Heti's schrijver er moeite mee argumenten van anderen te negeren. het bewandelen van een onzichtbaar pad, waar wat er het meest toe doet nauwelijks zichtbaar is (p108), bevalt haar maar tegelijkertijd heeft ze het gevoel dat ze zichzelf moet kunnen uitleggen. het boek staat dan ook vol met vragen over wie ze zal zijn als ze geen moeder zal worden. wat doet een vrouw met haar leven als ze geen moeder hoeft te zijn? en, Hoe kan ik de afwezigheid van die ervaring uitdrukken zonder het gemis centraal te stellen? Kan ik zeggen waar zo'n leven een ervaring van is zonder het in verband te brengen met het moederschap? Kan ik zeggen wat het is in positieve zin? (p172)

het gevoel zelf een vraag te zijn & het idee hebben elders het antwoord te moeten vinden.
alsof ze niet het recht heeft om over haar eigen leven te beschikken.

*

Moederschap gaat ook over de moeder en grootmoeder van de protagonist. dit boek is misschien zelfs wel een liefdesbrief; een manier om zorg en verantwoordelijkheid te dragen voor het leed waar deze vrouwen mee hebben moeten leven; een manier om verlossing te zoeken. er zit een bepaald verdriet in het bestaan van de schrijver waar ze de vinger niet op kan leggen. ze weet soms niet waarom ze huilt. wel weet ze waar haar grootmoeder vandaan komt: uit het Europa dat zoveel joden heeft gedood. veel familieleden van haar grootouders (van haarzelf) werden door nazi's om het leven gebracht.

het komt er op neer dat ik me voorstel dat het om familieverdriet gaat.

de intentie dat leed in iets anders te transformeren wordt als volgt beschreven:

Dit wordt een boek om toekomstige tranen te voorkomen, om te voorkomen dat ik en mijn moeder ooit nog huilen. Het zal pas een succes zijn als mijn moeder het leest en voorgoed stopt met huilen. Ik weet dat het niet de taak van een kind is som zijn moeder te laten ophouden met huilen, maar ik ben geen kind meer. Ik ben schrijver. De verandering die ik heb doorgemaakt, van kind tot schrijver, geeft me zekere krachten, waarmee ik wil zeggen dat magische krachten niet ver buiten mijn bereik liggen. Als ik als schrijver goed genoeg ben, zal ik misschien kunnen voorkomen dat ze nog huilt. Misschien kom ik er wel achter waarom ze huilt, en waarom ook ik soms huil, en kan ik ons allebei met mijn woorden genezen.

~

Is aandacht hetzelfde als ziel? Als ik aandacht schenk aan mijn moeders droefheid, verleent die dan een ziel? Als ik aandacht schenk aan haar verdriet – als ik het in woorden vang, het transformeer, er iets nieuws van maak – kan ik dan zijn als de alchemisten, en lood in goud veranderen? Als ik dit boek verkoop, krijg ik er goud voor terug. Dat is een soort alchemie. De filosofen wilden donkere materie in goud veranderen, en ik wil mijn moeders verdriet in goud veranderen. Als het goud binnenrolt zal ik naar mijn moeders deur gaan, het aan haar geven en zeggen: Hier is je verdriet, veranderd in goud. (p28)

*

beide elementen – het familieverdriet, het moederschapdilemma – spelen een grote rol in het leven van de schrijver omdat de neus richting het verleden wijst: de pijn van de holocaust, de rol van de vrouw in familie en maatschappij. alle vragen en angsten en twijfels lijken een (vaak onbewuste) reactie te zijn op de (familie)geschiedenis. de relatie met dat verleden probeert de schrijver voorzichtig te verbreken; niet op een boze manier maar door uit te vogelen waar het plaats heeft genomen in het werktuig van haar denken en handelen.

ofzo.

misschien stel ik me aan maar ik denk dat we nog geen idee hebben van hoe pijn overleeft: van hoe tijd pijn meeneemt: & ik stel me voor dat Moederschap daar deels over gaat. de schrijver neemt het leed van haar moeder in handen geeft er al haar aandacht aan. Hier is je verdriet, veranderd in goud.

wabi sabi



de laatste pagina van mijn wabi-sabi for artists, designers, poets & philosophers van leonard koren 〰

//

quoi?

ada limón adrienne rich ali smith alice notley alice oswald anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector david whyte deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë emily dickinson emily ruskovich ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson henry david thoreau hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion john berryman joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonard koren leonora carrington leslie jamison louise glück maggie anderson maggie nelson marcel proust margaret atwood marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle maría gainza neil astley olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker poetry poëzie rachel cusk rainer maria rilke raymond carver rebecca solnit robert macfarlane sara ahmed sara maitland seamus heaney siri hustvedt stefan zweig susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tess gallagher tjitske jansen tomas tranströmer tracy k. smith valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

Blogarchief