honger

ik vind het lastig om over Roxane Gay's Honger te schrijven. ik ben blij dat het boek bestaat maar ik vind het eigenlijk niet zo goed.

Roxane Gay maakte op heel jonge leeftijd iets mee dat haar leven heeft gebroken. volledig. ze is nu dik omdat haar geest het trauma destijds niet kon dragen. daar is met de jaren verandering in gekomen maar omdat Gay in haar jeugd niet om hulp durfde te vragen moest ze een andere manier vinden om te overleven. ze bedacht dat ze veiliger zou zijn als haar lichaam minder aantrekkelijk zou zijn voor het mannelijk oog, en dus begon ze te eten. het bracht haar ook troost: voor even. en dus was het nooit genoeg.

ik zei dat ik het boek niet heel goed vind maar dat is niet helemaal waar. Gay beschrijft bijvoorbeeld hoe haar familie op haar steeds groter wordende lijf reageert en dat zijn pijnlijke verhalen: mensen maken zich alleen zorgen om haar lichaam: om dat wat ze zien veranderen: om dat wat ze zien. Gay bracht veel tijd door op kostscholen en als ze dan thuis kwam tijdens vakanties bracht haar verschijning zonder uitzondering een schokreactie teweeg. zomervakanties moest ze doorbrengen op afslankkampen. iedereen probeerde haar aldoor tips te geven. probeert haar nog altijd tips te geven. alsof ze daar om smeekt. alsof ze zelf niet weet hoeveel ruimte haar lijf inneemt. alsof ze zelf nooit heeft nagedacht over haar voeding of beweging of, alles; alsof ze achterlijk is. Gay geeft keer op keer aan: mensen met (veel) overgewicht worden behandeld alsof ze niet in de gaten hebben dat ze niet aan de norm voldoen, en alsof ze niet volledig mens zijn ómdat ze niet aan die norm voldoen.

de norm being (voor vrouwen): slank, mooi, wit, heteroseksueel, stil, klein.
onzichtbaar, onopvallend.

Honger zit vol trauma; de gevolgen van een moment of een paar momenten voor de rest van een leven. op goodreads zijn onuitstaanbare reacties te lezen: mensen zeuren over Gay's obsessie voor lijven, sportende lijven, gezonde lijven. wederom denkt men dat Gay er niets van begrijpt maar zij zijn het die iets niet begrijpen: dat Gay met meer worstelt dat zij weten. good for them, maar het is een misverstand dat mij dwars zit. & het illustreert het probleem dat ik heb met dit boek: dat Gay de thema's waar ze omheen beweegt eigenlijk weinig tot niet uitdiept. dat is enigszins ironisch aangezien ze vanwege haar omvang regelmatig wordt behandeld als een geesteloos, levenloos object: iets dat zich niets aantrekt van de 'regels' en dus ook niet volgens de 'regels' benaderd hoeft te worden. Gay is meer dan haar lichaam, en haar trauma is meer dan alleen haar lijf, toch voelt het alsof ze vooral heeft geschreven over haar zichtbare leven, haar zichtbare problemen. het voelt alsof ze zichzelf uitlegt; verantwoording aflegt. misschien is ze nog niet in staat op een andere manier over haar leven te schrijven; misschien is dat nooit haar bedoeling geweest. trauma is ingewikkeld, en ongetwijfeld moeilijk te verwoorden, maar ik heb het gevoel dat er te veel onbeschreven blijft. ik heb het niet over details. ik heb het over de innerlijke kronkels en grotten die door trauma worden gevormd. denk ik. ik weet het niet. ik dacht dat Roxane Gay een meer beschouwende schrijver was; dat viel tegen.

(desondanks ben ik, zoals ik al zei, blij dat het boek bestaat.)

(als boeken me tegenvallen bekruipt me vaak het gevoel dat ik er niets van heb begrepen.
wie weet.
toch is dit wat ik van dit boek vind.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

//

quoi?

ada limón adrienne rich alejandro zambra aleksandar hemon ali smith alice notley alice oswald andré aciman andrea dworkin andrea wulf anna burns anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde ben lerner bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë erwin mortier ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonora carrington leslie jamison louise glück maggie nelson marcel proust maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker piet oudolf poëzie rachel cusk rainer maria rilke rebecca solnit robert macfarlane robert walser robin wall kimmerer sara ahmed sara maitland siri hustvedt stefan zweig sue lloyd-roberts susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tjitske jansen tomas tranströmer valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

abonneer

Blogarchief