zaterdag 23 januari 2016

het boek van mijn levens (2)

‘Ik herinnerde me hoe hij een paar weken eerder op een paar Loyola-studenten was afgestapt die aan het tafeltje naast het onze zaten te babbelen, die copieus het woord like hadden misbruikt, en die nauwelijks even pauzeerden om adem te halen. Ik was geïrriteerd geraakt door onophoudelijke leegheid van hun woordenuitwisseling, de idiote frequentie van die likes, en ik kon maar niet stoppen met luisteren juist omdat ik geen idee had waar ze het over hadden. Maar ik verduurde het omdat we hier altijd wel afgeleid werden. Peter daarentegen explodeerde. 'Waarom praten jullie zo veel?' gilde hij vanuit het niets naar hen. 'Jullie praten nu al een uur, en hebben nog altijd niets gezegd. Koppen dicht! Koppen dicht!' De studenten hielden hun mond, doodsbang. Peters uitbarsting, hoe schokkend hij ook geweest moge zijn, was volkomen logisch voor mij – niet alleen treurde hij om het verspillen van de woorden, hij verafschuwde ook de morele gelatenheid waarmee ze verspild werden. Voor hem, in wiens strot de graat van de ontheemding voor altijd was blijven steken, was het verkeerd om over niets te praten indien er een eeuwigdurend tekort aan woorden was voor alle afschuwelijke dingen die in deze wereld plaatsvonden. Het was beter om te blijven zwijgen dan om iets te zeggen wat er niet toe deed. De stille plek diep in jezelf moest je zien te beschermen tegen het offensief van verspilde woorden (..).’ (p. 209-210; schuingedrukte regel is door mij gecursiveerd)

Uit Het boek van mijn levens van Aleksandar Hemon (uitgeverij Karaat 2015, vert. Charles Bors en Mauro Veen).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen