Het is bijna onmogelijk niet te schrijven over de ongewone en interessante vorm van Hoogteverschillen: het bestaat uit een essay (De zonde van hoogte), een kort verhaal (Op vaste bodem), en een memoir (Het verlies van diepte), en de wijze waarop Julian Barnes deze delen met elkaar verbindt is bewonderenswaardig, en mooi, en zorgt er voor dat dit boek een kunstwerkje is.
Het begint al met de eerste zinnen van ieder deel. De zinnen variëren, maar natuurlijk herkent de lezer een al eerder gelezen zin die bestaat uit bijna dezelfde woorden, en ook het ritme komt overeen. Het belang van de desbetreffende woorden is duidelijk.
Door zinnen ook woord voor woord te herhalen worden de verschillende delen, en dus verschillende situaties, gekoppeld, en maakt de schrijver het verhaal dieper en hoger en breder; de lezer ontdekt steeds weer nieuwe parallellen. De verbinding die tot stand komt heeft (natuurlijk) tevens te maken met de metafoor van de luchtballon: opstijgen, hoogte, afstand, aanwezigheid en afwezigheid, dromen, liefde, neerstorten en levend verbranden; deze woorden zijn overal van toepassing (hoewel Julian Barnes ze bijna niet gebruikt). De luchtballon is daarom misschien wel de ‘hoofdpersoon’ te noemen; het is altijd aanwezig.
Het mooiste van de gehele constructie is dat het laatste deel, Het verlies van diepte, het boek afrondt. Het is rauw en eerlijk en wijs en gemeen (op een zeer beleefde manier). We hebben zojuist gelezen over luchtballonnen en de ruimte boven de wolken waar geen stilte heerst, maar de schaduw van stilte (p. 21), over een gedoemde romance die neerstort en verbrandt (of andersom); we kunnen de echo's van deze verhalen nog horen terwijl Julian Barnes over zijn onderwereld spreekt. Wederom merken we de samenhang op. Ik voelde me omsingeld; alles dat ik gelezen had raakte elkaar nu aan.
Barnes’ memoir confronteert ons, de buitenwereld, met zijn wereld, zijn realiteit: de verwoesting staart je recht in het gezicht. Pijnlijk, maar prachtig.