donderdag 6 juni 2013

plainwater / my eyes in your back

We kennen allemaal het effect dat een tekst kan hebben. In Plainwater schrijft Anne Carson, in een nawoord, een soort liefdesverklaring aan dit effect:

‘After a story is told there are some moments of silence. Then words begin again. Because you would always like to know a little more. Not exactly more story. Not necessarily, on the other hand, an exegesis. Just something to go on with. After all, stories end but you have to proceed with the rest of the day. You have to shift your weight, raise your eyes, notice the sound of traffic again, maybe go out for cigarettes. A coldness begins to spread through you at the thought; a wish forms. Perhaps it is something about me you would like to know—not that you have any specific questions, but still, that would be better than nothing. I could pour you a glass of wine and go on talking about the sun still upon the mountains outside the window or my theory of adjectives or some shameful thing I have done in the past, and none of us would have to leave just yet.’ (p. 88)

(De rest van dit nawoord is net zo mooi, maar moet eigenlijk gelezen worden met de hoofdtekst, Canicula di Anna, in het achterhoofd.)

Een liefdesverklaring aan teksten, maar misschien is het ook wel bedoeld als troost voor de lezer. De laatste regels van haar nawoord:

‘And yet, having held you in my company so long, I find I do have something to give you. Not the mysterious, intimate and consoling data you would have wished, but something to go on with, and in all likelihood the best I can do. It is simply the fact, as you go down the stairs and walk in dark streets, as you see forms, as you marry or speak sharply or wait for a train, as you begin imagination, as you look at every mark, simply the fact of my eyes in your back.’ (p. 90)


Plainwater is in zijn geheel indrukwekkend; het is vanzelfsprekend en volledig onherkenbaar. Het is een verzameling; poëzie, proza, essays; iedere vorm lijkt Carson op meerdere wijzen te beheersen. Ik begrijp er weinig van, maar ik vind het mooi: ik lees langzaam en zonder haast. Gelukkig lijkt Anne Carson van voorwoorden, nawoorden, introducties te houden; ze is zich bewust van de lezer (sterker; ik denk dat ze zichzelf ook als lezer beschouwt).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen