over de schaamte

Volgens psychoanalyticus Louis Tas (1920-2011) is schaamte een gebrek aan empathie met jezelf. Ik las over hem in Genoeg nu over mij (in het essay ‘De ervaren schamer. Over je verstoppen en toch gezien worden’) van Marja Pruis. Ze laat Tas regelmatig aan het woord:

‘Schaamte is niet alleen een obstakel bij het onderkennen van wat er aan de hand is. Het is als vorm van zelfminachting een soort ziekte. Gevoelsmatig, tegen beter weten in, identificeert de schamer zich met de minachter, als hij zich afhankelijk voelt van diens oordeel. De haat richt zich tegen jezelf.’

Pruis schrijft: ‘Hij vertelde dat er altijd genoeg redenen zijn waarom je kunt denken geen recht van spreken te hebben (..).’ Een paar pagina's verderop: ‘Tas had me verteld dat schaamte de emotionele reactie is op de angst voor afwijzing. (..) Wanneer je je schaamt, zei Tas, heul je met de vijand. De haat richt zich tegen jezelf. Schaamte kan tot zelfmoord leiden.’

‘Idioten schamen zich niet, schreef Darwin.
Volgens Tas schamen 'echte fouteriken' zich niet, oftewel mensen die op geen enkele manier bij zichzelf te rade gaan en zich alleen maar verongelijkt voelen. Hij impliceerde hiermee dat enige mate van schaamte niet alleen onvermijdelijk, maar ook wenselijk is. Met schaamteloos gedrag schaad je jezelf en de ander.’

‘(..) schaamte [is] soms misschien meer nog dan een gebrek aan empathie voor jezelf, een overdaad aan empathie voor de ander (..). Koste wat het kost moet worden voorkomen dat de ander uit de droom geholpen wordt.’

vertakkingen/ publicatie

In het nieuwe nummer van Gierik & NVT (#134) staat een tekst van mij gepubliceerd. Het is in principe een samenraapsel van een aantal stukken die hier op mijn blog al eens voorbij zijn gekomen (als Naar de rivier, Zonnevlekken, en Pluis), maar er zijn een klein aantal dingen aangepast, waardoor de tekst nu anders overkomt. Denk ik? Anyway, ik vind het leuk om het hier, als iets nieuws gemaakt van iets ouds, met U te delen.

*

Vertakkingen

Ik las laatst een boek over een rivier in Engeland en het leerde me een volledig nieuw genre kennen. Ik weet alleen niet zo goed hoe dat genre heet. Het gaat om de boeken waarin wordt geschreven over de natuur; het beleven ervan en daarnaast het filosoferen over.

Het boek dat ik las heet Naar de rivier, is geschreven door Olivia Laing, en gaat over de Ouse (je schijnt het uit te spreken als oeoezoez, een beetje op z'n uils dus). Ik wist weinig over deze Ouse, behalve dan dat Virginia Woolf besloot te verdwijnen in de rivier.

In dit boek volgt Laing de loop van de rivier, zo mogelijk (veel stukken grond die aan de rivier liggen zijn privébezit). Naast het beschrijven van het gebied, vertelt ze verhalen over de omgeving. Er wordt geschreven over natuur, literatuur en geschiedenis, over overstromingen, veldslagen en geologische ontdekkingen. Kenneth Grahame, Iris Murdoch, Odysseus. Ze duikt (soms letterlijk) in de rivier, diepte gezocht en gevonden, en breekt dan weer door het oppervlak wanneer ze terug wordt gesleurd door de realiteit.

Het plaatsen van een gebeurtenis, een verhaal uit het verleden, in een bestaand landschap brengt alles dichterbij. Kan dit? Laing wandelt, en ik wandel mee. Ik voel de koelte van het stromende water op een warme, plakkerige dag. Ik zie het zilveren water, de vissers aan de rand van de rivier, de zich ontwikkelende stapelwolken. De mooie verhalen van (soms) lang geleden komen dan binnen in een omgeving die ik lijk te kennen. Misschien herken ik de omgeving zelfs wel als ik er zelf ooit in het echt kom. Fictie kan dit natuurlijk heel goed, maar om een reden die ik (nog) niet kan aanwijzen gebeurt dit bij non-fictie sneller. En daarom neemt het mij ook sneller mee, naar waar dan ook.

Een reis onder het oppervlak (ondertitel)—als je het toelaat, jawel. Ik merkte dat ik zo nu en dan echt in mijn gedachten verzonken was, om daarna, net als Laing in haar werk, terug te keren naar de werkelijkheid en me weer met het tastbare bezig te houden: het boek. Ik bedacht bijvoorbeeld dat eigenlijk alles lijkt op een rivier (behalve de zee, maar de zee is het begin en/of het einde): wind is niet nat, maar is verder in veel aspecten net als water; bomen—wortels, takken. Vertakkingen. Als één stroom die langzaam ook andere kanten op beweegt. En, vanzelfsprekend, het leven van een mens. Want iedereen leeft, maar niet iedereen gaat eenzelfde kant op. Alles betekent evenveel. Er is geen niets. Het oppervlak bedriegt.

Dit is wat er gebeurt zodra je jezelf onderdompelt in dat waar je zelf deel van uitmaakt: natuur. Hoewel er zó veel is, en niets werkelijk overeen lijkt te komen, is alles op afstand opeens onafscheidelijk. Alles is belangrijk, of niets is belangrijk. Is het zo simpel?

Ik vind het mooi als een boek zo dichtbij komt. Het is natuurlijk altijd persoonlijk. Ik heb een volledig nieuwe wereld ontdekt, want dit is weer iets waarin ik niet alleen ben. Er zijn veel mensen die veel observeren, voelen, verbanden leggen, en dan ook nog de tijd nemen om daar over te schrijven. Ik wil meer lezen, het boek is te kort, maar een nieuwe lijst is al lang.

(Oh, slenterliteratuur? Misschien? slen·te·ren 1· langzaam en zonder doel wandelen.)

*

Vorige week was ik op Schiermonnikoog en stond ik naast het huis van veel oeverzwaluwen: een wand van zand waarin de zwaluwen tunnels en nesten maken (Linnaeus schreef: ‘Hij leeft in Europa, in winderige holen in hangende, zanderige heuvels’.) Ik mocht dicht in de buurt komen, ze waren aan het foerageren, ik zag baby-oeverzwaluwen in hun nest ongeduldig wachten op het terugkeren van vader, moeder, met insecten. Het was er druk, een ontelbaar aantal zwaluwen vloog boven me. Ze verdwenen niet. Zo nu en dan maakten ze een zwak geluid, een rond geluid, één toon, heel kort, maar verder bewogen ze zich geluidloos door de lucht. Ze vlogen boven me en ik kon niet anders dan denken aan de monarchvlinders die massaal pauzeren op bomen in Mexico en Canada tijdens hun migratie, en dan plots wegfladderen, wie weet waarom. Ongetwijfeld maakt dat wél geluid. De patronen die de oeverzwaluwen in de lucht tekenden deden me in ieder geval denken aan het wilde opslaan van de monarchvlinders.

Ik denk de laatste tijd veel na over natuur, houd me bezig met bomen, bloemen, planten, vogels, bijen. Omdat ik zoveel bezig ben met natuur (ik kijk iedere dag lang naar de witte wisteria die zich om een plank, gaas vouwt, werpt, ik weet het niet, het is net een sjaal), lees ik er ook graag over. Vanmorgen zat ik in de tuin naar een bij te kijken die opmerkte dat het kaasjeskruid nu bloeit. Ik kijk nu naar de bewegende schaduwen van het bladerdak, buiten, op het grote grasveld dat grenst aan een bescheiden, maar prettig bos (er staat vooral heel veel vlier, maar wie houdt er nu niet van vlier?). Het patroon van de schaduwen is prachtig, het golft als een zee. Zonnevlekken, in Tomas Tranströmers woorden.

Wellicht moet ik zelf over natuur gaan schrijven, meer dan ik tot nu toe heb gedaan. Ik bedoel, als je een boerenzwaluw, gierzwaluw en huiszwaluw van elkaar kunt onderscheiden, en weet dat de gierzwaluw stiekem geen familie is van die andere zwaluwen, dan heb je in ieder geval genoeg interesse om het te proberen. De kennis komt dan wel met het kijken, en de boeken.

Ik ga nu op zoek naar een klaproos. Ik heb al slaapmutsjes (familie van de veelvoorkomende rode bleke klaproos), vermoed ik, er is nog geen bloem of zelfs knop te vinden maar de eerste scheuten beloven slaapmutsjes. Het meest houd ik van wilde bloemen, en klimplanten, maar daarover wellicht later meer. Ik wil nu een klaproos vinden, voor de pracht, maar ook voor de zaadjes.

*

De ramen van mijn slaapkamer staan bijna altijd open, vooral in de zomer. Als het hard waait (dat is regelmatig het geval in de polder) en ik de deur van mijn kamer open, stormt het er even, kort maar krachtig.

Sinds een paar weken staat er in het mini-vaasje op mijn bureau een tak van het wilgenroosje. Als het wilgenroosje is uitgebloeid, produceert het z'n zaad zoals ook de paardenbloem dat doet: met veel pluis.

Dit is overigens een prachtig systeem: naast bloem en blad bevat de steel van het wilgenroosje extra steeltjes, het zijn net ranken, maar ze groeien niet, krullen niet. Dit steeltje is echter niet één, maar bestaat uit vier zeer dunne stelen die in elkaar geritst lijken te zijn. De dunne stelen laten elkaar op een gegeven moment los, het geheel knapt doordat de boel is uitgedroogd, en geeft z'n pluis en zaadjes aan de wind.

Laatst opende ik de deur van mijn slaapkamer, ook toen waaide het. Het zag plotseling wit van het pluis, het was alsof er witte, dunne sluiers door de kamer golfden. Twee tellen later was alles verdwenen. Mijn deur temde de storm, en het kleine zachte spul van het wilgenroosje had zich een nieuw, niet al te levensvatbaar plekje opgedrongen gekregen (waarvoor mijn excuses). #

mutable earth/ louise glück

Are you healed or do you only think you’re healed?

I told myself
from nothing
nothing could be taken away.

But can you love anyone yet?

When I feel safe, I can love.

But will you touch anyone?

I told myself
if I had nothing
the world couldn’t touch me.

In the bathtub, I examine my body.
We're supposed to do that.

And your face too?
Your face in the mirror?

I was vigilant: when I touched myself
I didn’t feel anything.

Were you safe then?

I was never safe, even when I was most hidden.
Even then I was waiting.

So you couldn’t protect yourself?

The absolute
erodes; the boundary, the wall
around the self erodes.
If I was waiting I had been
invaded by time.

But do you think you’re free?

I think I recognize the patterns of my nature.

But do you think you’re free?

I had nothing
and I was still changed.
Like a costume, my numbness
was taken away. Then
hunger was added.

__
Louise Glück, ‘Mutable Earth’, Vita Nova.

de jaren/ woolf

‘Waarom verbergen we alles wat van belang is, vroeg hij zich af.’

‘Het heeft geen zin, dacht North. Hij kan niet zeggen wat hij wil zeggen; hij durft het niet. Ze zijn allemaal bang; bang om uitgelachen te worden; bang om zich bloot te geven. (..) We zijn allemaal bang voor elkaar; bang waarvoor? Voor kritiek; voor de lach; voor mensen die anders denken... (..) Dat houdt ons gescheiden; angst, dacht hij.’

‘Er moet een ander leven zijn, dacht ze (..). Niet in dromen; maar hier en nu, in deze kamer onder levende mensen. Het voelde alsof ze met wapperende haren op de rand van een afgrond stond; ze stond op het punt zich aan iets vast te grijpen dat haar net ontglipte. Er moest een ander leven zijn, hier en nu, dacht ze opnieuw. Dit leven was te kort, te verbrokkeld. We weten niets, ook niet over onszelf. We beginnen nog maar net iets te begrijpen, dacht ze, hier en daar. Ze maakte een kom van haar handen in haar schoot (..). Ze hield haar handen in een kom; ze had het gevoel dat ze het huidige moment wilde omsluiten; het wilde laten voortduren; het voller en voller wilde laten lopen, met het verleden, het heden en de toekomst, totdat het blonk, volmaakt, helder, vol begrip.’

Virginia Woolf, De jaren (vert. Barbara de Lange; p. 417/ 429/ 430).

de uitvinder van de natuur

Ik heb heimwee naar groen. Zozeer dat ik momenteel allerlei kamerplanten aanschaf om de heimwee enigszins te temperen. Gistermiddag las ik De uitvinder van de natuur van Andrea Wulf uit. Het laatste deel, over John Muir en natuurbehoud, deed me beseffen dat mijn heimwee niet alleen bestaat uit een verlangen naar zomerbomen; ik ben ook boos. Boos omdat er niets veilig is als het geld oplevert, boos om wat er ondertussen allemaal al is verdwenen. Ik wil de wereld groener maken, ik ben van mening dat ik dat de wereld verschuldigd ben.

*

Alexander von Humboldt (1769-1859) was de eerste wetenschapper die de natuur als samenhangend geheel beschouwde, én grondlegger van de milieubeweging, schrijft Andrea Wulf:

‘Humboldt was de eerste die het cruciale belang van bossen voor eco-systeem en klimaat uiteenzette: bomen nemen water op en verrijken de atmosfeer met waterdamp, ze beschermen de bodem en zorgen voor een verkoelend effect. Hij sprak ook over de zuurstofproductie van bomen en de invloed daarvan op het klimaat. De effecten van menselijke inmenging waren nu al ‘onoverzienbaar’, betoogde hij, en zouden catastrofale vormen aannemen als we doorgingen de wereld zo ‘genadeloos’ te verstoren.’ (p. 86)

In het jaar 1800 schreef Humboldt al over het gevaar van menselijke inmenging. Dat is tweehonderdzeventien jaar geleden. Ik weet niet of ik me voor kan stellen hoe groen de wereld was toen Humboldt leefde, of ik me voor kan stellen hoezeer de wereld is veranderd door ontbossing en landbouw (/kolonialisme).

*

Humboldts boeken werden graag gelezen, niet alleen door wetenschappers: hij werd buitengewoon populair door wetenschappelijke informatie met natuurbeleving en -beschouwing te combineren. Dit nieuwe genre sprak ook ‘gewone’ mensen aan:

‘In Ansichten der Natur toonde Humboldt aan dat de natuur de menselijke verbeelding kon beïnvloeden. De natuur, zo schreef hij, stond in een geheimzinnig soort verbinding met ons ‘innerlijk leven’. (..) Wat wij tegenwoordig vanzelfsprekend vinden – namelijk dat er een verband bestaat tussen de externe wereld en onze gemoedstoestand – was voor Humboldts lezers een openbaring. Alleen dichters hadden zich tot dan toe met dat soort ideeën ingelaten; wetenschappers nooit.’ (p. 175)

Veel natuurboeken van nu (van schrijvers als Robert Macfarlane, Helen Macdonald, Annie Dillard en Amy Liptrot) zitten op eenzelfde manier in elkaar, hoewel ik nog geen hedendaagse schrijver ben tegengekomen die zoveel elementen met elkaar weet te verbinden als Humboldt deed in zijn Kosmos-boeken. Daarin schreef hij over oceanen, aardbevingen, meteorologie, geografie en astrologie; over organisch leven en ‘de ‘perpetuele wisselwerking’ tussen lucht, wind, zeestromen, hoogteligging en de plantendichtheid op het land.’ (p. 308) Niet voor niets bestaat de Kosmos-reeks uit vijf boeken. Het manuscript van het laatste deel leverde hij kort voor zijn dood in 1859 in bij zijn uitgever.

Humboldts ‘Naturgemälde’. De kaart (54 x 84 cm) hoorde bij Humboldts Ideen zu einer Geographie der Pflanzen (1807) 

Ansichten der Natur is altijd Humboldts persoonlijke favoriet gebleven. Het is naast een lyrisch natuurboek ook een filosofisch werk. Humboldt gebruikte in de regel de ‘Naturgemälde’ (een afbeelding van de vulkaan Chimborazo waarop met lijnen staat aangegeven welke vegetatie op welke hoogte te vinden is) om zijn theorie van de natuur als één groot web van leven te verduidelijken. Volgens Andrea Wulf slaagt Ansichten der Natur daar nog beter in door de vele poëtische beschrijvingen, en is het vanwege het beschouwende karakter bovendien een filosofisch werk.

*

Tijdens zijn leven inspireerde Humboldt onder andere Johann Wolfgang von Goethe, ze waren goed bevriend. Ook na Humboldts dood was hij voor velen een grote inspiratiebron: Ralph Waldo Emerson, Henry David Thoreau, Walt Whitman, en John Muir waren bijvoorbeeld grote bewonderaars van Humboldts natuurboeken. Wulf schrijft hierover:

‘De cirkel van Humboldts ideeën was rond. Humboldt had een aantal vooraanstaande denkers, wetenschappers en kunstenaars beïnvloed, en op hun beurt inspireerden die elkaar. Humboldt, [George Perkins] Marsh en Thoreau voorzagen samen in het intellectuele kader waarmee Muir de veranderende wereld om zich heen zag.’ (p. 403)

John Muir zag dat er in zijn geliefde Yosemite Valley steeds meer reuzensequoia's verdwenen en besloot zich actief in te zetten voor natuurbehoud. Door teksten als ‘The Treasure of the Yosemite’ te publiceren, waarmee hij een groot publiek wist te bereiken, heeft hij er mede voor gezorgd dat de Yosemite Valley in 1890 een nationaal park werd. Een aantal jaar later vocht hij tegen de bouw van een dam in de Hetch Hetchy Valley (de ‘tweede Yosemite’) door ‘het eerste geschil tussen de aanspraken van de natuur en de eisen van de cultuur – tussen natuurbehoud en vooruitgang’ (p. 409) in gang te zetten. De dam werd uiteindelijk wel degelijk gebouwd – Niets wat geld kan opleveren is veilig, al is het nog zo beschermd, concludeerde Muir – maar zijn poging was een belangrijk voorbeeld voor daaropvolgend activisme en later natuurbehoud.

*

De Amerikaanse senaat blijkt akkoord te zijn gegaan met de benoeming van Scott Pruitt als hoofd van het EPA (Environmental Protection Agency) (zie The Guardian). Het EPA bestaat om het milieu en de volksgezondheid te beschermen, maar Pruitt is openlijk een climate change skeptic en geen voorstander van het EPA:

‘Pruitt has sued the EPA, the agency he is now set to lead, multiple times over what he considers to be unwarranted meddling by the federal government. He has targeted regulations that limit air pollution haze in national parks, methane leaks from drilling, and mercury and arsenic seeping from power plants.’ (bron: The Guardian, 8 dec. 2016)

... niets wat geld kan opleveren is veilig, al is het nog zo beschermd. (De wereld moet groener, ik weet het zeker.)

the nature of things/ ali smith

In Public library and other stories van Ali Smith staat een verhaal over een vrouw die langzaam verandert in een rozenstruik. Allereerst zijn er ademhalingsproblemen, later verschijnen er vreemde plekken op het lichaam, ‘woody, dark browny greeny, sort of circular, ridged a bit like bark, about the size of a two pence piece.’ Smiths personage raakt er aan gehecht, heet ieder nieuw groeisel welkom. Een dokter raadt aan verschillende klinieken te bezoeken: ‘Oncology Ontology Dermatology Neurology Urology Etymology Impology Expology Infomology Mentholology Ornithology and Apology [..] Tautology [..]. He'll cut it straight out.’

herman de vries/ rosa canina (1994)

Als ze weer naar huis wandelt komt de vrouw (mensen hebben geen naam in dit verhaal) een gypsy tegen die lucky white heather verkoopt. Ze geeft al haar geld weg, in ruil voor een paar takjes witte heide. (Volgens Britse folklore groeit witte heide op het graf van een faerie, of op plekken waar tijdens veldslagen geen bloed heeft gevloeid; het zou geluk brengen.) Bij wijze van afscheid zegt de gypsy haar:

‘may the road rise to meet you, may the wind always be at your back, may the sun shine warm upon your face, may the rains fall soft upon your fields, and until we meet again may absence make your heart grow, and I think that may well be a very nice specimen you’ve got there in your chest, if I’m not wrong, a young licitness.’ 

Ze verstond het niet goed, er werd haar eigenlijk verteld dat er ‘a Young Lycidas’ uit haar borst groeide; een Engelse roos.

*

Ik probeerde aan de hand van Ali Smiths Autumn een indruk te geven van Smiths schrijfkunsten maar het lukte me niet, ik bleef maar tegen een wanhoop opbotsen die met Trumps kwaadaardigheid te maken heeft. Ik schreef keer op keer iets nieuws in de hoop dat ik iets kon bewaren, een paar zinnen, maar er bleef niets over behalve Ali Smiths woorden. En dat is beter, ik ben er nooit goed in geweest in heldere taal te reageren op ‘current events’.

Omdat ik nog steeds niet weet wat voor schrijver ik zelf ben (als ik al een schrijver ben) overkomt me dit regelmatig: dat ik een bepaald onderwerp wil behandelen, en dat het me simpelweg niet lukt. Ik probeer nu al een half uur uit te leggen waarom dat zo is, terwijl ik, zoals ik al zei, begon met de intentie het over Smiths schrijfkunsten te hebben. Vandaar: schluß. 

*

Het verhaal dat ik hierboven beschrijf heet ‘The beholder’. Het is mogelijk dat de jonge vrouw depressief is, dat ze de realiteit uit het oog verliest, maar ik herken iets in haar neiging afstand te nemen van de wens te begrijpen wat er gebeurt, en haar intuïtieve overgave aan het groene in haar lijf (en het leven). Het is niet zozeer dat ze haar menselijkheid verliest, eerder dat ze erkent dat de mens niet alleen bestaat uit vlees en bloed.

Ali Smith schenkt veel aandacht aan het langzame leven, in ons lijf & om ons heen, en kan dat op een (voor mij) onweerstaanbare manier verwoorden;

‘I have never yet managed to see the moment of the petals of a bud unfurling. I might dedicate the rest of my life to it and might still never see it. No, not might, will: I will dedicate the rest of my life, in which I walk forward into this blossoming. When there's no blossom I will dead-head and wait. It'll be back. That's the nature of things.’

(Ik weet dat ik totaal geen aandacht schenk aan de metafoor; ik ben daar momenteel niet in geïnteresseerd. Ik denk liever na over de relatie mens/plant, droom over plantaardige eigenschappen (misschien ontdekt iemand ooit dat het menselijk lichaam wel degelijk bloemen kan maken); ik besteed mijn tijd 't liefst aan de trage beweging van stil en groen leven. In mijn lijf (/hoofd) & om ons heen.)

autumn/ ali smith

‘(..) I’m tired of the news. I’m tired of the way it makes things spectacular that aren’t, and deals so simplistically with what’s truly appalling. I’m tired of the vitriol. I’m tired of the anger. I’m tired of the meanness. I’m tired of how we’re doing nothing to stop it. I’m tired of how we’re encouraging it. I’m tired of the violence there is and I’m tired of the violence that’s on its way, that’s coming, that hasn’t happened yet. I’m tired of liars. I’m tired of sanctified liars. I’m tired of how those liars have let this happen. I’m tired of having to wonder whether they did it out of stupidity or did it on purpose. I’m tired of lying governments. I’m tired of people not caring whether they’re being lied to any more. I’m tired of being made to feel this fearful. I’m tired of animosity. I’m tired of pusillanimosity.
      I don’t think that’s actually a word, Elisabeth says.
      I’m tired of not knowing the right words, her mother says.’ (p. 56-57)

‘Hope is exactly that, that’s all it is, a matter of how we deal with the negative acts towards human beings by other human beings in the world, remembering that they and we are all human, that nothing human is alien to us, the foul and the fair, and that most important of all we’re here for a mere blink of the eyes, that’s all. But in that Augenblick there’s either a benign wink or a willing blindness, and we have to know we’re equally capable of both, and to be ready to be above and beyond the foul even when we’re up to our eyes in in.’ (p. 190)

//

Blogarchief