zondag 11 juni 2017

neem me aan met zijden draden

zijden draden

Ik heb nauwelijks iets gelezen van Henry James, toch een geweldig schrijver volgens een vriend van mij. Hij is hermetisch en helder. Zou ik als ik James zou citeren hermetisch worden voor mijn lezers? Dat spijt me dan. Ik moet de dingen zeggen en de dingen zijn niet gemakkelijk. Lees en herleest u het citaat. Hier is het, door mij vertaald uit het Engels: Wat voor soort ervaring is noodzakelijk en waar begint en eindigt die? Ervaringen zijn nooit begrensd en nooit compleet; het is een immense gevoeligheid, een soort enorm spinnenweb gemaakt van de allerfijnste zijden draden dat in de kamer van het bewustzijn hangt en in zijn weefsel elk stofdeeltje opvangt dat door de lucht wordt aangedragen. Het is de eigen sfeer van de geest; en als de geest fantasierijk is – en al helemaal wanneer het gaat om een genie – vangt hij de lichtste wenken op en zet de luchtgolven om in openbaringen.

Zonder ook maar in de verste verte een genie te zijn: hoeveel openbaringen, hoeveel golven heb ik zelf opgevangen uit de ijle lucht. De fijne draden in de kamer van het bewustzijn. En in het onderbewuste de enorme spin zelf. Oh, wat is het leven geweldig met zijn vangende webben!

Zegt u het als ik te veel mezelf begin te worden. Ik heb die neiging nu eenmaal. Maar ik ben ook objectief. Zo objectief dat ik het subjectieve van de spinnendraden kan omzetten in objectieve woorden. Elk woord is trouwens een object, is objectief. Bovendien, gelooft u me maar, hoef je niet intelligent te zijn: de spin is dat ook niet en de woorden, de woorden zijn onvermijdelijk. Begrijpt u het? Dat hoeft niet eens. Neem het gewoon aan zoals ik het u geef. Neem me aan met zijden draden.

Uit De ontdekking van de wereld van Clarice Lispector (p. 178).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

search