zondag 5 maart 2017

de jaren/ woolf

‘Waarom verbergen we alles wat van belang is, vroeg hij zich af.’

‘Het heeft geen zin, dacht North. Hij kan niet zeggen wat hij wil zeggen; hij durft het niet. Ze zijn allemaal bang; bang om uitgelachen te worden; bang om zich bloot te geven. (..) We zijn allemaal bang voor elkaar; bang waarvoor? Voor kritiek; voor de lach; voor mensen die anders denken... (..) Dat houdt ons gescheiden; angst, dacht hij.’

‘Er moet een ander leven zijn, dacht ze (..). Niet in dromen; maar hier en nu, in deze kamer onder levende mensen. Het voelde alsof ze met wapperende haren op de rand van een afgrond stond; ze stond op het punt zich aan iets vast te grijpen dat haar net ontglipte. Er moest een ander leven zijn, hier en nu, dacht ze opnieuw. Dit leven was te kort, te verbrokkeld. We weten niets, ook niet over onszelf. We beginnen nog maar net iets te begrijpen, dacht ze, hier en daar. Ze maakte een kom van haar handen in haar schoot (..). Ze hield haar handen in een kom; ze had het gevoel dat ze het huidige moment wilde omsluiten; het wilde laten voortduren; het voller en voller wilde laten lopen, met het verleden, het heden en de toekomst, totdat het blonk, volmaakt, helder, vol begrip.’

Virginia Woolf, De jaren (vert. Barbara de Lange; p. 417/ 429/ 430).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

search