battleborn (relieken, herinneringen, schimmen uit het verleden)

Ik was even verdwenen uit de wereld van fictie. Beweer ik. Vlug kijk ik mijn leeslijst na en daar staat genoteerd dat ik in januari Emily Brontë las, en ook Het verbrande kind van Stig Dagerman. Oja. Maar het is nu maart. Ik wandel voorbij mijn punt, het punt dat ik het lastig vond fictie te lezen, voor een tijdje. En toen kocht ik Battleborn (vert. Auke Leistra) in een opwelling, een boek met op de kaft een woestijn, de woestijn waar Rebecca Solnit aan het einde van haar Wanderlust ook was, en ik vond het mooi om zo daar te blijven, in die zandzee, dat landschap, dat vreemde en onbegrijpelijke landschap — Claire Vaye Watkins’ landschap.

Het eerst verhaal in Battleborn gaat over Watkins zelf, ‘Spoken, cowboys’ voelt dan ook een beetje aan als nonfictie. De ik-persoon zoekt naar een begin van haar eigen verhaal (letterlijk, figuurlijk), ze begint in een leeg landschap, waar dan plotseling sprake is van ‘krankzinnige groei’ door zilverkoorts, en komt langzaam dichter bij de geschiedenis van haar vader (hij was lid van Charles Mansons family). Omdat haar vader overleed toen ze jong was, weet Watkins weinig over hem:

‘Hij vroeg naar mijn vader. Ik wilde hem wel vertellen wat ik jou heb verteld, maar dat is allemaal te vinden in een boek, een dagboek, een krant, een rapport van de patholoog-anatoom. En er is nog steeds zoveel wat ik nooit zal weten, hoeveel geschiedenis ik ook tot me neem. (...) Alles wat ik kan zeggen over wat het betekent iets te verliezen, over wat het betekent om iets niet te hebben, over het onpraktische gewicht van het verleden, weet je al.’ (p. 28-29)

Met dit verhaal vertelt Watkins, achteraf gezien, ook veel over de rest van haar Nevada-verhalen. Alles is al gebeurd, Watkins verhalen bevatten enkel overblijfselen; de personages zijn resten van wat ze ooit is overkomen, verlies is het overheersende thema. Je zou dan ook kunnen zeggen dat Claire Vaye Watkins niet voor niets heeft gekozen voor het desolate landschap van Death Valley, ware het niet dat ze er is geboren en opgegroeid. Ze is bekend met de omstandigheden van zowel het fysieke als het mentale landschap van haar personages, en maakt beide elementen even belangrijk in de verhalen, gebruikt de tussenruimte als spiegel, hoewel ik het woord ‘echo’ misschien wel beter vind passen; overeenkomsten in verhalen zijn er zeg maar niet voor niets.

Mocht je nieuwsgierig zijn naar haar werk, op de website van Granta kun je een volledig verhaal van Watkins lezen: ‘The Last Thing We Need’.

Reacties

Populaire berichten